Waar kom je vandaan? Uit de Verenigde Staten? Oh! Uit België! Ik ken België alleen van het voetbal. Is België een groot land? Nee naast Colombia zijn alle landen klein, en België al helemaal! Zijn alle mensen er zo wit als jij? Ik probeer niet te vertellen dat ik na meer dan twintig maanden op reis al meer dan behoorlijk bruin zie! Natuurlijk niet in vergelijking met Romelu Lukaku. Want dat is een figuur die de mensen hier kennen! En Thibault Courtois.

Ik zit in de taxi die me van bij de kiné praktijk naar de Marina Club de Pesca terugbrengt. Ze proberen daar in sneltempo ‘een nieuwke’ van me te maken. Daniela en haar collega’s zijn één voor één schatten. Spring-in-t-velden van net voorbij de twintig die weleens samen een dansje doen voor de spiegel in de praktijk of meezingen op één of ander Spaanstalig nummer wat – luid – wordt gespeeld in de praktijk.

De eerste dagen heb ik teveel betaald voor enkele van mijn taxiritten. Maar al doende leer ik. En in plaats van te vragen hoeveel ik moet betalen, vraag ik nu, terwijl ik ze al in mijn hand heb, of 15000 Pesos (4€) volstaat.

Het is bloedheet in Cartagena. En vochtig. Het voelt aan alsof het 41 graden is, en ik heb sinds kort een klein doekje bij me in mijn handtasje, waarmee ik onvermijdelijke zweetdruppels kan wegvegen. Ook dat heb ik opgepikt van de taxichauffeur!

Overdag is het dikwijls te heet om veel te doen. Maar ’s avonds genieten we van de levendige wijk Getsemani met zijn vele lekkere en aangename restaurantjes. We voelen ons hier volstrekt veilig maar vermijden systematisch de straten waar we alleen zouden kunnen zijn. Dat zouden we eigenlijk overal zo doen. Overal is er gigantisch veel politie op straat.

De taxichauffeur wenst me een ‘feliz dia’ en ‘Vaya con Dios!’ Ik stap al neuriënd uit de taxi. Aiaiai Puerto Rico!

Colombia : El Cafetero

We zijn uitgenodigd bij onze Franse vrienden met wie we het voorbije jaar regelmatig hebben samen gevaren. Zij hebben hun boot, Morpheus (ook een Beneteau 473), verkocht en huren nu gedurende minstens vier maanden een huis in de koffiestreek, El Cafetero. Hun kinderen, Rose en Arthur zijn ingeschreven op school. Zijzelf volgen Spaanse les, en proberen een manier te vinden om hier in Colombia een broodwinning te vinden. Als dit niet lukt keren ze in het najaar terug naar Frankrijk.

We reizen met het vliegtuig naar Pereira. Een binnenlandse vlucht waarmee je voor weinig geld naar de andere kant van het land kan reizen. Het staat ons toe om op anderhalf uur 1000km af te leggen. We worden op de luchthaven opgewacht door Sébastien, Rose en Arthur, met bloemenkransen 🙂 Het regent in Salento, maar de ontvangst is heel erg warm.

De ezel van het huis, Pedro l’âne (elke gelijkenis met het haarverzorgingsmiddel is niet toevallig), balkt op vaste tijdstippen. Meestal op het uur!

Een paar dagen later komen JC en Aline ook aan. Samen bezoeken we de typische stadjes in de buurt. We rijden met één van de Willy’s jeeps naar een koffieplantage in de buurt. Ze wordt gerund door Fransen. Tijdens de rondleiding blijkt hoe arbeidsintensief het runnen van een koffieplantage is. Gelukkig kunnen ze het combineren met de verhuur van enkele kamers en de verkoop van wat zelfgemaakte confituur, kaas en ijs. Het uitzicht is zoals op veel plaatsen hier spectaculair! En de vele kolibries vliegen af en aan.

Paparazzi
Maar het resultaat mag er dan ook zijn!

Als het op zondag blijkt te regenen en er weinig hoop is op beterschap voor die dag, rijden we naar Santa Rosa. Er is een spectaculaire waterval, maar ook warmwaterbronnen. Ideaal om op een druilerige dag met vrienden te genieten!

Advocado’s
Onrijpe koffiebonen
De mooie bloem van de passievrucht
Mini orchideetje
Rijpe koffiebonen

En dan vraagt Amélie me of een tocht te paard me zou lukken? Niet ver van hun huis bevindt zich de Cocora vallei, een vallei waar enkele honderden Waspalmbomen staan. Dit zijn de hoogste palmen ter wereld, ze kunnen tot 60 meter hoog worden. Vroeger werd van de was rond de stam van de palmbomen kaarsen gemaakt.

We maken een rit van drie uur te paard. De dieren kennen de weg maar er zit toch ook nog wat pit in. Twee gidsen begeleiden ons door riviertjes en langs smalle paadjes. Het uitzicht is adembenemend!

Het is van op een sportdag in het laatste jaar van de humaniora geleden dat ik dit heb gedaan. En met een extra ontstekingsremmer de dag zelf én de dag erna blijkt het nog niet zo héél erg slecht voor mijn rug te zijn. Zolang het paard netjes blijft stappen en niet in draf of galop gaat, is alles ok.

Rose, kranig als altijd, liet niet merken dat ze het soms best wel spannend vond
JC gaat effe Live
De enige echte Amazone in onze groep!
Arthur
Aline
Je zou het bijna vergeten. Dit zijn de Waspalmbomen waar de vallei bekend om staat
Amélie, Arthur en Rose
Poor lonesome cowboy

Op een regenachtige dag rijden we naar Santa Rosa. Hier is niet alleen een prachtige waterval: er zijn ook warmwater bronnen. Een betere activiteit hadden we niet kunnen vinden op deze druilerige dag. (Het is tenslotte regenseizoen)

We nemen afscheid van JC en Aline, die terug naar hun boot in Panama City vliegen. Het is onwaarschijnlijk dat we elkaar de komende jaren nog gaan tegenkomen want zij steken binnen enkele maanden over naar de Markiezen eilanden en gaan dan verder de Stille oceaan op. We gaan hen missen verdorie!

We genieten nog van een laatste dagje met Amélie, Sébastien en de kinderen. Ik help de kinderen met het klaarmaken van een moederdag-verrassingsontbijt. En krijg zowel van Rose als Arthur een mooie tekening want het is tenslotte moederdag voor álle mama’s. Schattig toch? Bovendien word ik ook door mijn eigen kinderen niet vergeten, die me lieve berichtjes sturen.

’s Avonds zijn we uitgenodigd bij een andere Fransman, Yannick, die hier een Finca heeft opgebouwd tot een hotelletje met luxekamers. Ik krijg er, zoals beloofd, een opleiding om Margaritas te mixen.

Colombia : Medellín

En dan is het ook voor ons tijd om verder te trekken. We reizen met de bus vanuit Armenia naar Medellin. Zes uur duurt de reis, maar we zitten op een luxueuze tourbus, met airco, Wi-Fi en gigantisch veel beenruimte. We genieten van  het prachtige landschap want de weg loopt ook hier door de bergen.

We hebben op aanraden van onze Franse vrienden een rondleiding geboekt door David, een jonge Colombiaan die geboren en getogen is in Medellin, maar vloeiend Frans spreekt. Hij neemt ons met metro, kabelbaan en taxi mee naar Comuna 13, één van de wijken van Medellin die in de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw hét territorium was van drugskartels, bendes en guerrilla’s. Pablo Escobar was hier thuis en zorgde dat hij hier de macht had. De buurt heeft namelijk een strategische ligging, vlakbij de snelweg, ideaal om drugs, geld en wapens snel de stad in en uit te smokkelen. Ander sterk punt is dat de wijk vrijwel ontoegankelijk was voor leger en politie. Het is een wijk met veel trapjes en smalle steegjes, en niemand komt er ongezien in of uit. Tot in 2002 werd er een ware oorlog gevoerd tussen guerrilla’s, paramilitairen en lokale straatbendes. Deze kwam ten einde toen de overheid een verbond sloot met de paramilitairen en ze samen de wijk in trok op zoek naar leden van het FARC. De wijk werd vanuit de lucht beschoten. Kinderen werden ingezet om ‘verdachten’ dood te schieten. Als ze dit weigerden bekochten ze het met hun eigen leven. We staan met zijn allen op een speelpleintje, de plek waar zoveel jaar geleden kinderen werden gevraagd om bekenden af te maken. Dit komt binnen.

Het speelplein dat gebruikt werd als executie plaats

Als beloning voor hun steun kregen de paramilitairen vrij spel in Comuna 13. Het deed het geweld enkel maar exploderen in de wijk, tot in 2013 een wapenstilstand werd gesloten tussen de grootste bendes.

Niemand weet hoeveel doden er zijn gevallen tijdens deze periode, en op één of andere manier is er nog steeds geen werk gemaakt van het proberen identificeren van de lichamen die werden gedumpt op een nabijgelegen vuilnisbelt. Feit is dat alle inwoners van deze wijk wel iemand uit hun familie of omgeving hebben die is omgekomen. En dat er nog steeds onduidelijkheid bestaat wie er recht in zijn schoenen staat.

Waar een doorn sterft wordt een roos geboren.  Gelukkig is er een positieve noot bij het gruwelijke verhaal wat David ons vertelt : Medellin heeft niet alleen ingezet op herstel maar ook op transformatie. Zo heeft de stad ingezet op bereikbaarheid! De stad heeft een efficiënt openbaar vervoersnetwerk : bussen, metro, metro-cable, je kan zonder probleem van de ene naar de andere kant van deze gigantische stad (4 miljoen inwoners) reizen met het openbaar vervoer. Voertuigen en stations zijn modern, kraaknet, ruim en licht. Je zou denken dat het gloednieuw is.

De wijk Comuna 13 heeft zich bovendien ontpopt als een decor voor streetart. Muren staan bomvol prachtige graffiti, die dikwijls verwijzen naar de (bloederige) geschiedenis van de wijk, hun afkomst en de verbondenheid met de natuur, maar ook naar hoop – de kolibri is blijkbaar een symbool voor hoop en die kom je overal tegen. Er is ook muziek : rap artiesten treden voor ons op en maken aan de hand van een aantal willekeurige woorden die we kiezen een lied, breakdance groepen halen halsbrekende toeren uit. David vraagt ons om  de artiesten wat geld te geven voor hun performances : het geld dat ze verdienen dient niet als extraatje om in het weekend met hun vrienden uit te gaan, maar om hun families eten te geven.

Waren we onder de indruk van deze rondleiding? Amai nog niet! Je kan in je eentje ook door deze wijk lopen, maar dan zie je de helft niet van wat er eigenlijk allemaal te zien is.

Bovendien liet David ons proeven van de lekkerste street food, verse empanadas, fruitsoorten, ijsjes gemaakt uit vers fruit, met zout. Ik durfde het zelfs aan om te proeven van een hormiga culona, een dikbilmier! (Een beetje een gerookte zoute pindasmaak en erg krokant) Niet slecht, maar niet om er direct een heel pakje van te kopen.

Na deze intense voormiddag wou ik graag naar de plaça Botero waar er verschillende bronzen beelden van deze enkele maanden geleden overleden Colombiaanse beeldhouwer staan. De man was ooit illustrator in een krant, en heeft een heel herkenbare speelse stijl. Alleen jammer dat we moesten gaan schuilen voor een felle onweersbui.

Daags nadien besloten we om heel de stad te doorkruisen met het openbaar vervoer om zo naar een park te gaan, net buiten de stad. Vanuit de Metro Cable zagen we Medellin onder ons passeren vanuit de lucht. Prachtig!

We deden een wandeling van meer dan een uur door het bos en waren net op tijd terug voor er alweer een gigantisch onweer uitbrak. Waardoor we nog een hele tijd moesten wachten om de metro terug te nemen, want als het onweert wordt de kabelbaan stil gelegd. Ach ja, gelukkig waren ook hier verschillende kraampjes voorzien waar je fruit en koffie en warme chocolademelk kunt kopen!

Nog meer mini-orchideeën
Monkey face

Vanuit Medellin vlogen we terug naar Cartagena. We moesten er terug wennen aan de vochtige hitte, want in de bergen in het binnenland is het een heel ander klimaat dan aan de kust, en dat scheelt hem toch wel een 20 à 30 graden soms!

En toen was er tegen het begin van de week een gunstig weervenster om naar Santa Marta te varen. Wat we natuurlijk niet lieten voorbijgaan. Hier blijven we enkele weken om dan van hieruit naar Curaçao te varen voor het orkaanseizoen. Maar eerst dus nog enkele weken in Santa Marta. En genieten van dit uitzonderlijke land.

Hebben we veel gemerkt van de kwalijke reputatie die Colombia in Europa of de VS heeft?

Bij een politiecontrole kregen we een boete van 300000 pesos (70€) omdat Bart zijn veiligheidsgordel niet droeg.  Toen bleek dat hij maar 40000 pesos op zak had, vond de agent dat ook voldoende. Hij stak de briefjes discreet in zijn broekzak en wij mochten verder rijden. Het spreekt voor zich dat we niet hebben aangedrongen om een betaalbewijsje te krijgen.

En toen we ’s avonds van het restaurant naar huis stapten, bood een sigarenverkoper ons zijn koopwaar aan. Toen we geen interesse hadden in zijn sigaren zei hij dat hij ook Marihuana of Cocaïne bij had. Waarvoor we ook hebben bedankt.

De Colombianen zijn enorme liefhebbers van – meestal luide- muziek. In Cartagena kan je als toerist meevaren op één van de vele bootjes met een DJ aan boord. In de straten rijden verlichte bussen met luide muziek waar je kan dansen en feesten tijdens een rit door de stad. Eigenlijk wordt er overal gedanst en gezongen. In de winkel, bij de kiné, op straat, op de werf, in de taxi.

Maar Colombia is voor ons toch vooral het land met de ongelooflijk vriendelijke mensen. Als je enkele woorden Spaans spreekt en je je best doet om hen in aan te spreken vinden de mensen dat geweldig, dan ben je snel één van hen.

Colombia is ook het land waar er voor elk kapot toestel een hersteller bestaat. Voor onwaarschijnlijk weinig geld laat je er je schoenen herstellen : als de lijm van de zool van Barts sandalen niet bestand blijkt tegen zeewater en hitte wordt deze door de lokale schoenmaker vastgenaaid. Als ik ter plekke beslis om ook nieuwe hakken op mijn sandalen te laten zetten en ik geen extra paar schoenen mee heb, doet de man zijn slippers uit, en leent ze me, zodat ik niet blootsvoets terug naar de Marina moet 😉

Een man op de metro merkt dat we geen toegang hebben omdat we geen kaart hebben kunnen kopen en betaalt voor ons beiden een ticketje. Hij wil hiervoor niet terugbetaald worden.

De schilder die wat krassen op de boot herstelt, en een hele dag in de hete zon heeft gewerkt, draagt een mooi zonnehoedje. Ik geef hem er een compliment over en hij wil me het hoedje cadeau geven.

En het goeie nieuws is : we hebben nog enkele weken tegoed in dit mooie land voor we richting Curaçao varen voor het orkaanseizoen!

We keerden dus terug naar Guna Yala. Na een eerste stop in Chichime waar we door onze Franse vrienden werden onthaald met een fantastische barbecue en een onvergetelijke avond samen vaarden we naar Cayo Holandeses.

Zeearend
Toch nog enkele kinderen op het eiland. Ze stopten met plezier even met het plukken van de kip die die avond op het menu stond om te spelen met Dushi
De overlevenden

Ik keek ernaar uit om er Ephraim en Marcelina terug te zien, een koppel Guna’s waar we in november kennis hadden gemaakt, maar na een eerste wandeling op hun eilandje stelde ik vast dat nu flink wat hutten er verlaten bij lagen. Beetje bij beetje vernam ik wat er aan de hand was.

De vrouw van de chefe die in november nog onze Guna vlag met het hakenkruis had genaaid, bleek intussen plots overleden. De chefe had hierna zijn onderkomen gezocht in Panama city om er gedurende onbepaalde tijd zijn gedachten te verzetten.

En blijkbaar was het schooljaar inmiddels terug begonnen en waarop de moeders met jonge kinderen verhuisd waren naar de grotere dorpen waar er scholen zijn.

Oef, als het dat maar is!

QGezien onze vrienden van de Morpheus hun boot hadden verkocht, kregen we hun harpoen. We werden door onze andere Franse vrienden JC en Aline meegenomen naar een prachtig rif waar Bart meteen ook de beginselen van het harpoen jagen aangeleerd kreeg. Ik hield het deze keer bij het opduiken van conch (in het Frans Lambi). Deze gigantische schelpen worden als ze schoongemaakt zijn omgetoverd in een ceviche. Het ‘vlees’ wordt samen met een heel fijn gesneden rode ui gegaard in het sap van limoen. Wat roze peper, een snuifje zout en een lekje cocosmelk erbij en klaar is het.

Conch

De vissen  die de mannen hebben geschoten worden gegrild op de BBQ. Het geeft voldoening om met de lokaal beschikbare ingrediënten te koken. En het smaakt nog meer als je ze zelf hebt gevangen.

JC
Des ‘shamalows’

Wij nemen afscheid van de bemanning van Jeole1. Zij gaan nog even naar Panamarina alvorens ze het Panamakanaal door gaan. Alweer afscheid nemen van mensen met wie je onvergetelijke momenten hebt doorgebracht.

We varen naar Green island. Normaal gaan we daar enkele dagen ankeren. Maar het miniatuur eilandje Waisaladup waar we voorbij varen is zo mooi dat we ons tussen de riffen door manoeuvreren en daar ons anker droppen.

De bedoeling is om een dag of twee, drie daar te blijven, maar de plek is zo uniek, dat we telkens met een dagje verlengen. We krijgen regelmatig bezoek van lokale vissers en kopen volop verse vissen, verse langousten en verse krabben.

De groenteboer passeert
De krab wordt zonder probleem al gekuist

Het is een plezier om met hen een babbeltje te doen en te onderhandelen. Dit volk heeft niet veel bezittingen, maar wel een fijn gevoel voor humor. Eén van hen vertelt dat zijn kompanen Walter en Walter heten en bovendien nog broers zijn ook. Hij schatert het uit. We onderhandelen over de prijs van de vis, en meestal eindigt het erop dat ze de vis (of kreeft, of krab) voor me schoonmaken en er eventueel een frisdrankje of wat water bij krijgen. Het doet me alweer denken aan hoe mijn vader bij de verkoop van de koeien meestal een extra ossentong of -staart bovenop de afgesproken prijs binnen haalde.

De Walters

Vlees is hier bijna niet te verkrijgen, maar ons menu is niet eentonig. We eten roodbaars uit de oven, een tartaar van tonijn (met advocado en papaya,gekocht van de groentenboot), een curry van krab, pasta – en risotto met langoust. Te zeggen dat Bart bij zijn eerste oceaan oversteek 10 jaar geleden gedurende 16 opeenvolgende dagen alleen maar spaghetti met bolognaisesaus uit een pot heeft gegeten. Hij klaagt niet.

We zouden zelf kunnen vissen, er zit ontzettend veel vis hier, maar kiezen ervoor om vis te kopen van de plaatselijke vissers. Op die manier geven we hen de kans om wat brood op de plank te brengen voor hun familie. En voor de 2 Balboa (=2 dollar) per pond vis moeten we het niet laten.

How’s life? Not too bad

Omdat het weerbericht meer wind en hoge golven voorspelt, varen we terug naar Nargana. We waren hier in November ook al geweest en weten dus dat we hier uiterst beschut gaan liggen. Bovendien is dit één van de plaatsen waar Dushi zoveel heeft gespeeld met de lokale kinderen. Ik kijk er dus ook erg naar uit om hier terug aan land te kunnen gaan.

En ja hoor. Binnen de kortste keren hebben we weer een tiental kinderen rond ons die met veel plezier een balletje gooien met Dushi. Dit is de daaropvolgende dagen niet anders. En op zondag komt ook het jongetje dat vorige keer de hele tijd rond ons hing aangelopen. Ik krijg spontaan een dikke knuffel! ‘Ik ken jullie’ roept hij. Hij komt bij me zitten en ik krijg het ijsje wat hij aan het eten was aangeboden. Veel meer dan een klompje huisgemaakt waterijs in een kartonnen bekertje is het niet. Ik bedank voor het aanbod : de bedenkelijke kleur van het beige ijsklompje doet me twijfelen over de herkomst van het gebruikte water, maar ben al bij al toch heel erg gecharmeerd!

Mijn naamgenote Mariana
De allerschattigste!

Er meldt zich een gunstig weervenster aan tegen het einde van de week en dus varen we in dagtochtjes richting Colombiaanse grens via Snug Harbour, bahia Masargandi en Puerto Perme.

Onderweg proberen we te vissen maar veel meer dan deze ‘dieetvis’ vangen we niet. Het neusje van de tonijn

Vanuit Perme is het een uurtje of twee varen naar Puerto Obaldia, waar we kunnen uitklaren. Er staan nog behoorlijk wat golven : het is een behoorlijk sportief ritje terug naar de boot. En ook de motor van de dinghy halen en de dinghy liften en achter de boot hangen is geen sinecure, maar uiteindelijk lukt het zonder al te veel problemen.

We houden enkele dagen halt aan één van de San Bernardo eilanden, Tintipan. We worden door de vissers geholpen om aan te leggen aan een boei. Het water rond de boot is zonder overdrijven kristalhelder en ligt vlak als een meer. Gelukkig, want als we gaan snorkelen zien we dat het touw van de mooring getuigt van flink wat creativiteit : op verschillende plaatsen zijn er touwen van verschillende diktes aan elkaar geknoopt, de ene al dunner en meer versleten dan de andere. Maar er is geen wind en er staan geen golven. En gedurende twee dagen genieten we van de prachtige koralen en vissen vlakbij de boot.

Zicht op zee vanop het terras van hostel Santa Lova, uitgebaat door enkele jonge Fransen. Ideaal om een aperitiefje te gaan drinken

En dan is het tijd om verder naar de bewoonde wereld te varen en komen we aan in bruisend Cartagena.

De eerste avond worden we meteen getrakteerd op vuurwerk
Zoek de verschillen!!!

Even geleden dat ik een receptje deelde, maar dit smaakte zo lekker dat het nu even moet !

Natuurlijk is het niet helemaal hetzelfde als je het met Europese krab maakt. Een deel van het genot is het feit dat de vissers met een kano naast onze boot komen om trots hun vangst aan te bieden. Acht krabben hadden ze gevangen en voor 20 dollar mocht ik ze allemaal hebben.  Mmm… Acht, dat was precies wat veel voor ons tweeën. Maar voor 10 dollar kon ik ook de drie grootste kopen. Als ik hen mijn mes gaf wilden de mannen de krabben ook voor me schoonmaken. Zo pasten ze zeker in de grootste kookpot die ik aan boord heb.

Terwijl ik een bouillon maakte met stevig wat peper en een bouillon blokje (ik moet wat zuinig zijn met mijn groenten die ik op voorraad heb want ik weet niet wanneer er ergens een groentenboot langs komt) bewerkte ik al de poten met een hamer. Op die manier wordt de smaak van de bouillon en later de saus beter opgenomen.  Eenmaal de bouillon goed aan de kook gaat het vuur uit en wordt de krab hiermee overgoten.  Met het deksel op de pot laat ik ze zo voorgaren.

Als het bijna etenstijd is kook ik rijst en snij ik een grote ui in grove stukken. Twee teentjes look gaan samen met een scheut olijfolie en de ajuin in de wok. Een derde van een pakje rode curry wordt  mee gebakken. Daarna mag ook de krab erbij  tot dat ze terug warm is.  Een blik cocosmelk maakt het af. 

Dit is een gerecht waarbij je je handen moet gebruiken en geduld moet hebben om te peuzelen. Wij likten letterlijk duimen en vingers af! Para chuparse los dedos.

Eric en Magali vertrokken inmiddels  al enkele weken terug naar België. We vaarden samen naar Starfish beach, een plek waar er veel grote kussenzeesterren in zee liggen. Het is helaas ook één van de plaatselijke toeristische trekpleisters van Bocas del Toro, waar dagelijks verschillende bootjes mensen worden afgezet die dan vermaakt worden met luide muziek (meestal minstens twee verschillende soorten muziek tegelijk), Parasailing en andere door boten verdergetrokken tuigen. Laat ons zeggen dat we er vooral genoten van de uren tussen vijf uur ’s avonds en 10 uur ’s ochtends.

Onze volgende stop was Old Bank, op het eiland Bastimentos. Little Jamaica wordt het genoemd. Daar vonden we onze Franse zusterboot Morpheus en zijn bemanning terug. Bart had hen nog teruggezien in Guna Yala rond nieuwjaar, maar voor mij was het geleden sinds we uit Colombia waren vertrokken dat ik hen nog had gezien. Het weerzien was hartelijk, en het raakte me hoe één van de kinderen van ver riep dat hij ons had gemist toen we vlakbij ankerden. Alweer blijkt hoe open de zeilers gemeenschap is en hoe warm sommige contacten zijn.

Sébastien wacht ons op met de drone als we aankomen

We maken met Magali en Eric de wandeling naar Wizard beach via een mooi aangelegd pad door de jungle. We kijken onze ogen uit in deze prachtige natuur en zien kleurrijke vogels en vlinders tussen de prachtige bloemen. Het witte strand is er vrijwel verlaten. Er staan grote waarschuwingsborden dat het afgeraden wordt om te zwemmen omwille van gevaarlijke onderstromen. Jammer! Het azuurblauwe water  ziet er nochtans heel aantrekkelijk uit!

Sinds een aantal weken hebben we een bijkomend huisdier, een gekko. We zijn blij met hem, want blijkbaar eten deze diertjes heel veel muggen en andere insecten.
Hij komt meestal tevoorschijn op het moment dat we denken dat hij niet langer meer aan boord is. We besluiten hem een naam te geven : Roger

We spreken af met ‘de Morpheuskes’ om samen een permacultuur boerderij te bezoeken. De ‘boerderij’ heet ‘Up in the hill’. Die naam is niet gestolen ! Via een smal wandelpad wandelen we allemaal de heuvel op. Het had de hele nacht flink geregend en we waren wat blij dat we deze keer onze wandelstokken niet waren vergeten meenemen.

Niet wat wij voor ogen hebben als je spreekt over een boerderij

Tijdens de rondleiding vertelt ‘boer’ Javier ons over hoe er toen ze het terrein hadden gekocht nog koeien graasden, maar hoe ze dankzij de herstelkracht van de natuur nu verschillende bomen en bamboe hadden om hun gebouwen te bouwen. En hoe er geleidelijk aan verschillende tropische vruchten en bloemen groeiden in de tuin. Dit volstond om hun bezoekers telkens te voorzien van een gezonde en erg lekkere lunch. Er was ook een cacaoplantage waar we de verschillende stadia van de cacaoboon tot cacao mochten proeven.

Onderweg wees Javier ons ook enkele van de befaamde en rode boomkikkertjes aan. Amper twee centimeter groot zijn ze, maar giftig genoeg om een mens te vellen.

Een bruidssluier stinkzwam

We brengen een nacht door in Dolphin bay en zien er inderdaad dolfijnen. Blijkbaar zijn de omstandigheden er uniek zodat de dolfijnen er graag komen om te jongen. We gaan snorkelen in Coral Key en sluiten het verblijf van Eric en Magali af met enkele dagen in Marina Solarte, veilig beschut voor wat stevigere wind.

We deden mee aan de jaarlijkse regatta hier in Bocas del Toro. Hét evenement van het jaar. En we deden het nog niet zo slecht ook want we werden ondanks de slechte handicap vierde in de categorie monohulls. We wonnen één van de hoofdprijzen : een maand liggeld in Marina Solarte. Bovendien mogen we die maand opdelen zoals we willen. Super toch?

Bovendien hebben we het geluk van nog een tweede prijs te winnen, er zijn namelijk meer prijzen dan deelnemers : ik mag deze van Bart innen en ga dus een middagje wellnessen in de Spa-afdeling van een poepsjiek hotel. Midden in de jungle, het heeft wel iets! Ze moeten zelfs geen typische sauna-muziek draaien : er is voldoende achtergrond geluid van de talrijke vogels !

Poep sjieke wellness, bovendien ben ik er alleen

Enkele dagen later varen we terug naar Red Frog bay. We verwachten immers nog meer bezoek uit Europa! Mijn nichtje Heleen is sinds enkele weken op rondreis in Panama samen met haar gezin, en doen ook Bocas del Toro aan. Het is vier jaar geleden dat ik hen zag. En we hebben dus héél veel te vertellen. De namiddag vliegt voorbij en we worden al veel te snel weer opgepikt door onze taxiboot zodat we voor het donker weer veilig terug zijn.

Red Frog bay
Strand animatie
De aapjes zijn heel nieuwsgierig naar Dushi

We keren terug naar Marina Solarte waar op vrijdag telkens een barbecue wordt georganiseerd met en door de aanwezige zeilers. Heel gezellig : iedereen brengt wat te eten en te drinken mee en alles wordt gedeeld.

En de maan zag dat het goed was
Sonja en Dominik, de jonge eigenaars van de marina
Azzucar, het vriendinnetje van Dushi, brengt ’s ochtends een blaadje in de hoop dat ze er wat lekkers voor in de plaats krijgt.

We leren hier ook een paar buren van de Marina kennen. Rhonda en Dave zijn één van de vele Amerikaanse echtparen die naar hier imigreerden en sinds hun pensioen hier voltijds wonen in één van de villa’s aan de rand van de jungle. Het zijn schatten van mensen, en ze nemen ons op sleeptouw telkens ze gaan duiken, naar de stad gaan voor boodschappen, ergens wat gaan eten of drinken. We brengen heel wat uren samen door, en worden zelfs uitgenodigd om een namiddag samen met Barbara en Yves van de Medio Vas (een Franse boot) in hun zwembad door te brengen.

Er ligt sinds enkele weken een Mexicaans oorlogsschip voor Colon en Dave weet ons een onwaarschijnlijk verhaal te vertellen dat de soldaten hier zijn om de overblijfselen van een Mexicaanse generaal op te graven die er sinds 1895 begraven zou zijn. Om de overblijfselen te zoeken heeft Mexico een zestigtal militairen naar hier gestuurd.

Rhonda daarentegen weet me te vertellen dat de wegenwerken die er werkelijk overal op het eiland Colon bezig zijn zijn stilgelegd. Blijkbaar was er vanuit Panama city gevraagd naar de bouwplannen en was gebleken dat die er niet eens waren. Oeps! We hadden al willen opmerken dat er weinig structuur zat in hun planning van de wegenwerken 😉

Omdat we als Europeaan maar drie maanden onafgebroken in Panama mogen blijven en we graag terug gaan naar Guna Yala (San Blas) gaan we voor de voorgeschreven 72 uur de grens over met Costa Rica. We nemen om 8 uur ’s ochtends een snelle taxiboot naar Almirante op het vasteland, van daar worden we in een minibusje tot aan de grens gebracht. Na de nodige stempels en vingerafdrukken mogen we te voet de brug over de rivier oversteken, waarna we na een grondige controle van de immigratie dienst in Costa Rica nog voor een ritje van 40 minuten in een ander minibusje stappen tot in Puerto Viejo. Heel de visa run is prima georganiseerd. Ze zijn dit hier duidelijk gewoon.

Met de taxiboot naar Almirante
De grensstreek van Panama met Costa Rica is de regio waar de bananen worden gekweekt voor Chiquita
Almirante
Hiken in de jungle. Het lijkt af en toe een beetje op Kamp Waes
Opgelet overstekende luiaard!
Costa Ricaanse koe

Het valt meteen op dat het toerisme in Puerto Viejo veel meer uitgebouwd is. We gaan op verkenning met een gehuurde motorfiets en hiken in één van de nationale parken. De natuur is overweldigend. We zien er wat apen en ara’s, maar helaas komen we geen luiaards tegen. Deze staan nochtans overal afgebeeld op de vele souvenirs die je in de winkeltjes kan kopen én op verkeersborden. Het valt meteen op dat het toerisme in Puerto Viejo veel meer uitgebouwd is.

Na drie dagen zijn we blij om terug aan boord te kunnen gaan en terug bij onze Dushi te zijn, die zolang in de Marina was mogen blijven bij zijn vriendinnetje, de Marina-hond Azzucar. We horen dat hij maar een beetje heeft getreurd terwijl we weg waren. En dat hij en Azzucar de bewaking van de Marina geheel au sérieux hebben genomen. Gelukkig maar!

We hebben terwijl we weg waren ook gebruik gemaakt van de super handige bevoorradingsservice van de haven : lekker makkelijk dat alle niet bederfbare (en ook zware) goederen tot aan de boot geleverd worden! Onze ruggen zijn er ons dankbaar voor!

Rest ons enkel om -alweer- afscheid te nemen, te beloven om contact te houden en te vertrekken, richting Panamarina.

Het doet goed om weer eens een langer stuk te varen. We hebben geluk en kunnen op enkele uren na alles op zeil varen.

We hebben nog meer geluk want een vijftal dolfijnen zwemt gedurende een hele tijd met ons mee. Zo mooi alweer.

Het geluk kan niet meer op : de vismolen ratelt en geeft aan dat we beet hebben! Bart moet zwoegen om ze binnen te halen en even later blijkt waarom. We hebben in één keer twee tonijnen beet! We spelen er één van de twee nog kwijt net voor we hem binnen halen, maar dat is niet eens erg: zelfs van één vis hebben we voor drie keer eten !

Twee tonijnen in één klap

Aangekomen in Panamarina heeft de zeilmaker helaas slecht nieuws voor ons : onze Genua die inmiddels al acht jaar trouwe dienst heeft geleverd blijkt op sterven na dood. Gelukkig hebben we een bijna nieuw reserve exemplaar aan boord.

En zo vaarden we gisteren uiteindelijk richting Guna Yala (San Blas) waar we opgewacht worden door onze Franse vrienden die naast een warm welkom ook een heerlijke barbecue hebben voorzien met langousten !

Er wordt getoast
De BBQ meesters
Er wordt gespeeched
Arthur speelt op de ukelele
En de maan zag dat het goed was

Bart is vertrokken voor enkele dagen Costa Rica. In Panama mogen Europeanen maar gedurende drie maanden verblijven. Na drie maanden verloopt hun Visum. Mocht je die termijn van drie maanden overtreden, dan betaal je een boete van 50 dollar per maand die je te lang in Panama bleef. Bovendien beweren sommigen dat je naam dan op een zwarte lijst terecht komt en je bij een volgende keer dat je inklaart in de problemen kan komen.

Mijn visum is ok, ik ben tenslotte een maand in België geweest in december. Een heerlijk gevulde maar ook wel korte maand in het gezelschap van de kinderen, familie en vrienden! Het deed deugd om jullie allemaal terug te zien!

Ik vloog begin januari terug vanuit Amsterdam en na een vlucht van 11 uren en een daaropvolgende rit van drie uur in een taxi kwam ik terug aan in Panamarina waar Bart en Dushi op me wachtten.

Panamarina is een kleine haven zonder steigers. De boten liggen er beschut tussen de mangrove, telkens vast gemaakt aan 4 boeien. De Marina wordt uitgebaat door een Frans koppel en er is een restaurantje met overwegend Franse keuken. Na zes weken vrijwel alleen vis of vegetarisch eten smaakt een Entrecote heerlijk!

In mijn reiskoffer had ik niet alleen speculaas en chocolade meegebracht : ik had net op het nippertje ook het lummelbeslag mee, wat al sinds eind oktober was besteld in België.

Nadat dit door de plaatselijke techniekers was geplaatst waren we klaar om verder te zeilen. We hadden gedurende enkele dagen een tussenstop in Shelter bay Marina. Dit is een jachthaven die vlakbij het Panama kanaal ligt en wordt dus ook door veel zeilers die naar de Indische oceaan doorsteken gebruikt.

We herkennen de speciale vertrekkerssfeer die er hangt. Opnieuw wordt ons gevraagd wanneer wij door het kanaal gaan. En opnieuw hou ik het been stijf : eens je de indische oceaan opgaat zijn de afstanden veel groter! En laten die heel lange stukken nu niet mijn favoriete stukken zijn. Bovendien zijn de tickets om terug te reizen naar België dan veel duurder en duren die vluchten ook veel langer.

Het betekent wel dat we opnieuw afscheid nemen van een aantal mensen die we zijn tegengekomen op reis. Dat is het minst fijne stuk van deze reis : altijd opnieuw afscheid nemen. Ik blijf er niet goed in.

Vanuit Shelter bay varen we de Rio Chagres op. Deze rivier wordt gebruikt om de sluizen van het Panamakanaal te voorzien van het nodige water, en het overtollige water op te vangen.

We varen achter een Amerikaanse catamaran de rivier op. Zij checken voor ons de diepte zodat we nergens vast komen te zitten. We gooien ons anker na de eerste bocht van de rivier. Het is hier ronduit prachtig!

We varen met de bijboot verder stroomopwaarts en zien wat slingerapen in één van de bomen langs de oevers. We speuren of we geen krokodillen zien, want naar het schijnt zitten die er wel, maar hebben geen geluk (of net wél geluk?).

Kleine apekoppen!

We laten als de nacht valt een lichtje branden, en checken of de dinghy goed vast ligt, want blijkbaar is er de week voordien een buitenboordmotor gestolen. Wij hebben gelukkig onze beveiligingsagent Dushi aan boord en moeten dus eigenlijk niet ongerust zijn! Ondanks zijn hoge aaibaarheid is hij ook een super goeie waker. Vooral als de avond valt zal er niemand aan boord komen, behalve wanneer hij verdoofd zou worden natuurlijk!

We worden ’s morgens wakker met de geluiden van het oerwoud. Brulapen markeren hun territorium met indrukwekkend gebrul. Het is net of er een straaljager opstijgt. We zijn hier helemaal niet alleen!

Na twee dagen midden in dit paradijs varen we verder naar Bocas del Toro, alweer een archipel met verschillende eilanden.

De zee is redelijk verward met golven uit verschillende richtingen. We worden flink dooreen geschud en krijgen af te rekenen met flink wat stroming.

We varen naar Marina Solarte, een klein haventje dat uitgebaat wordt door vader en zoon, middenin de mangrove. De mannen zijn Tsjechen en hebben de Marina nog maar sinds april overgenomen. Ze zijn gestart met het bouwen van een havenkantoortje en de funderingen van een bar zijn al gelegd. Alle voorzieningen werken op zonne-energie, vader en zoon komen uit de electrische auto industrie. Ze zijn ambitieus maar tegelijkertijd ook mega vriendelijk. Dushi wordt dikke vriendjes met hun hond Azzucar die hem ’s morgens staat op te wachten.

De nieuwe vuurput. We maakten er geen gebruik van want ’s avonds kwamen er helaas flink wat bijtende insecten uit de mangrove

We blijken hier de enige zeilers te zijn die aan boord van hun boot zijn.  En dus varen we na een week naar Isla Colon en nemen daar een plaatsje in de Marina. Het lijkt hier wel een Amerikaans dorp, vooral bevolkt door oude zeilers die er gestrand zijn en hier al jaren op hun boot verblijven. Wel grappig dat ze netjes wachten tot Bart enkele dagen naar Costa Rica gaat om zich één voor één te komen voorstellen 😉 Tegen het moment dat Bart drie dagen later terug komt (met de juiste stempels en visa) heb ik alweer kennisgemaakt met verschillende nieuwe ‘vrienden’.

Een prachtige tuin in Marina Colon

Op een van mijn wandelingen met Dushi op de steiger zie ik dat er nóg een Belgische boot is aangekomen. Ik klop even aan, want ben toch wel nieuwsgierig! Ik maak kennis met Guus, een solo-zeiler die ook vanuit Nieuwpoort blijkt te zijn vertrokken! Hij is van indonesische afkomst en nodigt ons één van de avonden uit om aan boord te komen eten. En het moet gezegd, Guus kookt heerlijk!

We maken onze boot klaar voor het bezoek van onze vrienden Eric en Magali. Ze hebben er een hele reis opzitten als ze op zaterdag toekomen! (Twee treinen tot Amsterdam, een vliegreis van 11 uur naar Panama city, en een binnenlandse vlucht naar Bocas del Toro) ’t Moet zijn dat ze ons graag zien!

Magali en Eric