Santa Marta – Sierra Nevada – Colombiaanse Andes

Net zoals toen we bekend maakten dat we naar Los Roques zouden varen, kregen we toen we zeiden dat we naar Colombia gingen vanuit Europa verschillende reacties om ons toch maar voorzichtigheid aan te manen.

Nochtans bleek Santa Marta, de eerste stad waar we gedurende meer dan een maand in de Marina verbleven een uiterst vriendelijke en aangename stad.

Toegegeven, bij het aanvaren was het een beetje een shock om uiterst moderne flatgebouwen te zien. En dan ook nog het contrast met de achterliggende groene bergen van de Sierra…

Een uiterst vriendelijke Marinero hielp ons bij het aanleggen. Er stond net teveel wind om veilig in een box aan te leggen, dus mochten we voor één nacht op een kopsteiger liggen. Morgen zou er gedurende de dag zeker een geschikt ogenblik zijn om te verleggen.

En ja, geen probleem om Dushi mee te nemen naar het kantoor. Onze hond was minstens even welkom als wij, zei de man. We hadden het weleens anders meegemaakt!

Ok, dat laatste was misschien niet helemaal waar : normaal had Dushi aan boord moeten blijven tot hij door een dierenarts van de overheid was gekeurd. Maar ach, hij was nu van boord, en leek wel in stemming om zich de aaitjes van de meisjes van het havenkantoor te laten welgevallen!

De dierenarts zou ten laatste de volgende dag bij ons aan boord komen, samen met de andere autoriteiten. Een kwartier later waren ze er al 😉 Dushiman’s papieren bleken hier sneller in orde dan om het even waar! En zelfs voor onze eigen papieren in orde waren.

De Marina hier is recent, een jaar of tien oud. En voorzien van alle luxe. Een restaurant, een shop, een 🏧 waar je pesos kan afhalen en héél schoon sanitair.

Marina Santa Marta

Er wordt hier op verschillende boten flink geklust! De lonen in Colombia liggen laag en er zijn flink wat vakmensen beschikbaar. Gezien het gigantisch heet is beslissen we de Bimini (zonnescherm) uit te breiden zodat Bart ook tijdens het zeilen wat in de schaduw kan staan. De zon is hier ongenadig sterk, en samen met de vochtigheid zorgt ze voor een tropische warmte. Iedereen zweet hier, ik hoef me niet langer te schamen als de zweetdruppels van mijn gezicht rollen, maar vervelend blijft het wel! Ik denk aan Vake en hoe hij ’s zomers zijn soep extra zoutte door zijn zweet.

Het is bij momenten moeilijk om iemand te herkennen : dit is de Marinero die ons kwam helpen bij het aanmeren. De mensen die hier buiten werken beschermen zich tegen de intens brandende zonnestralen en zijn af en toe zo ingepakt dat je hun gezicht niet ziet. In het begin een beetje vreemd om zien, maar ook dit went!

Er klinkt heel de dag door wel van ergens muziek hier! De typische Cumbia, soms salsa, het maakt de Colombianen niet uit. Zolang de muziek maar luid staat. Jong en oud luistert naar lokale muziek waarin blazers en accordeons voorkomen en zingt als het even kan mee. Op nationale ‘radio Colombia’ worden er zo goed als geen andere dan Spaanstalige nummers gedraaid.

We krijgen ‘soldadores’ aan boord die ter plekke inox lassen en polijsten. Gezien er meer tijd nodig is dan gedacht blijven ze tot na zonsondergang verder werken tot de klus geklaard is.

De man die de canvas werken moet doen laat langer op zich wachten. Het is blijkbaar moeilijk om aan de ritsen te geraken. Maar eenmaal die er zijn doet hij zijn werk als een pro.

De groene bergen van de Sierra lonken. En we gaan er voor drie dagen naartoe. We logeren in een b&b die ons aangeraden werd door vrienden. De eigenaars blijken Belgen te zijn, maar zijn op het moment dat wij er logeren in België. De weg naar de Finca (boerderij) is eigenlijk niet geschikt voor gewone auto’s, leren we tot scha en schande. We moeten onze huurauto op een km van ons doel achterlaten. Een werknemer van het hotel komt ons met de motorfiets helpen om onze bagage naar boven te krijgen. We genieten volop van de prachtige omgeving en halen onze wandelschoenen uit de kast om naar een waterval te hiken die een uur of twee hogerop ligt. Het water is fris, maar niets weerhoudt ons om een verfrissende douche te nemen. We zijn er helemaal alleen, en dat maakt de beleving nog meer bijzonder !

Logeren bij Belgen in Finca Carpe Diem
Stapschoenen en dus ook sokken. Dàt was lang geleden.

Het zorgt ervoor dat we uitkijken om nog meer van het binnenland te ontdekken : hoewel de binnenlandse vluchten goedkoop zijn huren we gedurende een week een auto. Op die manier kunnen we Dushi makkelijk meenemen.

Ik vind voor elke dag een andere slaapplaats via Airbnb. De ene al mooier dan de andere! Ik selecteer ze op basis van een mooi uitzicht en dat loont.

De eerste dag rijden we naar Santa Cruz de Mompox, een stadje dat uit het koloniale tijdperk stamt en prachtig bewaard is gebleven.

Twee soorten cacao : achteraan de donkere, vooraan ‘witte’ cacao
De grote huizen in Mompox hebben bijna allemaal een binnentuin
De trottoirs liggen heel hoog. Als het regent staan de straten vol tot aan de bovenkant van de stoep. Al dat water komt van de hoger gelegen gebieden naar de kuststeden gestroomd. Zo wordt Santa Marta een beetje het Grimbergen van Zuid-Amerika als het regent
De binnentuin in ons hotelletje. Met de blijkbaar obligate schommelstoelen die je hier overal ziet.

We moeten op een bepaald moment twee uur omrijden omdat de weg ook hier weer niet geschikt is voor onze ‘gewone’ auto en Google daarmee geen rekening had gehouden. Dat zorgt voor stress want hierdoor lukt het niet om voor het donker op onze bestemming te geraken. Maar het zorgt er wel voor dat we door kleine dorpjes rijden waar we zowel koeien, paarden, ezels, schapen, geiten, honden én varkens zien. Even goed op de weg, als aan de kant van de weg.

Wat we zien van het land is groen, groen, groen! In het begin rijden we door de vlaktes tussen de bergen, met grote kuddes vee die grazen op grote weides met daarop grote bomen die zorgen voor schaduw.

Bergappelsienen

De dagen erna rijden we richting Colombiaanse Andes. De staat van de wegen is behoorlijk, maar ze kronkelen door de bergen. En omdat het verkeer in Colombia voor ruwweg 80 % uit vrachtwagens en bromfietsen allerhande bestaat is het geen lachertje om hier te rijden. Gelukkig is Bart een goede chauffeur maar soms moet je ogen op je rug hebben. En dan nog !

De bromfietsen worden hier als vervoermiddel voor al het mogelijke gebruikt : we zagen zelfs iemand met een gedemonteerd bed op de brommer. Brommers kunnen hier zonder probleem drie, tot zelfs vier personen meenemen. Kinderen, baby’s, honden… Alles kan…

Onderweg zien we verschillende keren controle posten of ook gewoon politie op straat, maar als we al een keer moeten stoppen, mogen we ook snel weer doorrijden als we te kennen geven dat we niet veel Spaans spreken. Soms zien ze gewoon dat we ‘gringo’s’ zijn en mogen we op basis daarvan doorrijden. Wat ze precies zoeken of controleren zijn we niet te weten gekomen. Het lijkt alleszins niets agressiefs, of zorgt bij ons ook niet voor een onveilig gevoel. In tegendeel.

De ‘grote’ wegen zijn tolwegen. Ze zijn maximaal 4 rijstroken breed, dikwijls ook maar 2 rijstroken. Als de weg door een dorp komt zie je heel veel activiteit, wat vooral gericht is op dat doorgaand verkeer : er zijn garages voor auto’s, motorfietsen en vrachtwagens, carwash’en voor vrachtwagens en zeer veel eetstalletjes en restaurants waar je een dagschotel kan eten voor weinig geld. Wat ook gek is bij deze hitte : standaard krijg je bij de lunch een soep aangeboden. En raar maar waar, dat smaakt! Ook staan er overal fruitverkopers met mandarijnen en sinaasappels en kan je gewoon langs de weg een bekertje warme koffie kopen.

Die koffie wordt hier lokaal gekweekt. Vooral in de bergen kweekt zowat iedereen zijn eigen koffie. De planten kunnen een jaar of acht meegaan, waarvan ze zes jaar vruchten dragen. Daarna worden ze afgekapt aan de grond waarna de planten opnieuw uitschieten en opnieuw voor enkele jaren vruchten kunnen dragen. In november/december wordt de koffie geplukt, met de hand. Als het vruchtvlees verwijderd wordt moeten de pitten 4 dagen fermenteren in de zon, indien niet duurt het fermenteren 20 dagen. Hierna worden de pitten onder voortdurend roeren gebrand. Het hoeft niet gezegd dat de koffie hier overal lekker is. Voor degenen die koffie drinken toch! Ik hou het bij het genieten van de geur ervan.

Rijpe koffie is naargelang de soort geel of rood. Enkel de rijpe bessen mogen geplukt worden
Fermenterende koffie mét schil : 20 dagen
Fermenterende koffie zonder schil : 4 dagen
Branden van de koffie

Ook cacao wordt hier geteeld, zowel op grotere plantages als door de mensen thuis in de tuin. Ook hiervan moeten de pitten fermenteren in de zon, waarna ze geroosterd en gemalen worden.

We rijden richting Bucaramanga en verblijven er in een Eco Lodge met verschillende huisjes. De huisjes zijn recent maar zien er heel rustiek uit.

We blijven drie dagen in de buurt van Barichara. De ene airbnb is nog mooier dan de andere. Wat een luxe! We logeren in een Dome en douchen er bijna in open lucht.

Na een douche met dit uitzicht ben je opeens klaarwakker

In Villanueva hebben we zelfs een jacuzzi met uitzicht op de vallei.

De uitbaatster is een romantische ziel
Ook hier weer een douche met een uitzicht
El condor pasa!

En dan het stadje Barichara zelf : we deden een rondrit met één van de gidsen die op het plein van Barichara actief zijn. Onze gids Raul stond erop dat we op elke plaats poseerden, zodat hij foto’s kon maken. Hij vertelde ons dat de ondergrond in de buurt ofwel okerkleurig ofwel terra cotta kleur heeft. Dat zie je in de stenen van de kerk en op het kerkhof. Barichara is nog uit de koloniale tijd en uiterst vreedzaam en rustig. De enige toeristen die we zien zijn Colombianen

A-dem-benemend!

Raul, onze gids

En dan keren we terug naar Santa Marta. We hebben voor het klussen materiaal nodig, en kunnen dat allemaal vinden in de buurt van de overdekte markt. Er heerst een grote bedrijvigheid : je hebt er van alle soorten kleine bedrijfjes. Als je in de eerste winkel niet vindt wat je nodig hebt verwijzen ze je verder. Men neemt je net niet bij de hand om je te wijzen waar. We zien bedrijfjes waar ze spoelen van motoren geresiveerd worden, een bedrijfje met allerlei soorten lampjes, een bedrijfje waar banden opnieuw bekleed worden met rubber. Een winkeltje met schroeven voor ventilatoren. Niets wordt hier zomaar weggegooid.

Het verkeer in de buurt van de markt is druk, met ook weer de brommers die overal langs schieten. Wij nemen een taxi om ons aangekochte planken tot aan de haven te krijgen, zonder onze rug extra te belasten. Dat doet iedereen hier en kost ons nog geen twee euro.

Jugo natural (en ook een De Hondt met een hoed op)

’s Avonds gaan we eten in de stad. Ook dat is hier goedkoop. Voor ons twee betalen we meestal maar rond de 30€. Daarvoor kan je je hier al laten gaan met een cocktail als aperitief, grote porties gegrild rundsvlees en enkele pintjes lokaal bier.

Een biefstukje en een brochetje

Valt het op dat we hier heel graag zijn? Gelukkig zijn er hier heel veel muggen die ons gringobloed maar al te lekker vinden, om toch een klein negatief puntje te kunnen melden.