De aandachtige lezer heeft gemerkt dat ik niet alleen een ferme achterstand heb opgelopen in het bloggen. Ik ben zelfs een heel belangrijke etappe overgeslagen.

Op één of andere manier kwam het er niet van om verslag uit te brengen over ons verblijf (alweer) in dit schitterende land. Is het omdat er te veel indrukken wachtten om gerangschikt te worden tot een samenhangend verhaal? Wie zal het zeggen ?

Santa Marta als uitvalsbasis

Eind september 2025. Het is even voor de middag als we aanleggen in Santa Marta.  We worden er onthaald door twee marinero’s die ons meteen complimentjes toe gooien over onze kennis van de Spaanse taal. De vele uren Duolingo en de conversatie lessen met Ronny, een Puerto Ricaan in hart en nieren, waar we ook telkens een ’vuil woord’ leerden, werpt duidelijk zijn vruchten af.

We krijgen voorlopig een plekje naast het helikopter platform, waar de eigenaar van de marina dagelijks landt. Met de belofte dat we wel snel zullen mogen verkassen naar een plekje dichterbij het kantoor.

Daar worden wij, maar vooral ook Dushi ,verwelkomd door Yerlis. Dit is de derde keer dat we hier zijn en blijkbaar vinden de mensen dat een compliment. De havenmeester, de bewaker… iedereen wenst ons hartelijk welkom.

We doen zelf een duit in het zakje en zetten een berichtje op de whatsapp groep van de Santa Marta cruisers dat geïnteresseerden welkom zijn om te komen helpen om de gevangen Mahi Mahi te komen opeten. Hoewel het er eerst op lijkt dat onze oproep weinig succes heeft, eindigen we uiteindelijk met twee Duitsers en een aantal Colombiaanse mensen aan tafel. Zelfs van de parelcouscous met feta en paprika, een receptje van dochter Inez, blijft uiteindelijk geen kruimeltje over.

De onfortuinlijke maar lekkere Mahi Mahi!  Gevangen dankzij Dushi, die braaf de vislijn bewaakte en me verwittigde dat er een vis aan de haak hing!

We gaan al snel op zoek naar iemand die een nieuwe bimini (zonnescherm) kan maken. Die is na 3 1/2 jaar in weer en wind/zon en UV aan vervanging toe. We hebben zelf de materialen meegebracht. De ritsen heb ik zelfs uit België mee. (Dankjewel  Philippe om ze als luxe koerier mee te brengen vanuit Nieuwpoort! ) We maken ook afspraken over een vernieuwing van de buitenkussens van Maeva.

Omdat Bart jarig is spreek ik met onze Belgische vrienden die een b&b uitbaten op weg naar Palomino, Alix en Brice, af dat ze tegen de lunch langs komen. Buiten alle verwachtingen slaag ik erin om Bart te verrassen en hebben we, geheel naar verwachting, een erg gezellige middag samen.

We gaan met een andere Belg, Dimitri, die we twee jaar terug hebben ontmoet en afkomstig is uit Meise, en zijn Franse vriendin Virginie een avond op stap, naar wat hij een bar voor oude mensen noemt. Het blijkt een salsa bar te zijn waar door verschillende generaties samen gedanst wordt. De eigenaar is een Fransman die 25 jaar geleden is aangekomen in de stad.   Terwijl hij ging zwemmen werd hij van al zijn spullen beroofd. Hij werd echter door verschillende mensen zo goed geholpen dat hij ondanks alles zijn hart aan de stad verloor en er de bar La Puerta opende.

We gaan op bezoek bij Leo. Leo hebben we een aantal jaren geleden ontmoet toen hij met zijn boot onderweg was. Ook hij heeft zijn hart hier in Colombia verloren en zich hier gevestigd nadat hij zijn boot heeft verkocht. We worden er ontvangen met de kenmerkende Colombiaanse gastvrijheid.

Leo’s mooie terras en tuin

Ik besluit om hier in Santa Marta mijn Advanced Open Water duikbrevet te behalen. Daarvoor neem ik contact op met nog een andere Belg. Het is toch altijd eenvoudiger als je een opleiding kan krijgen in je moedertaal, zelfs al verloopt deze grotendeels onder water. Dimitrix blijkt een coole kerel, die na jaren rond reizen, de liefde van zijn leven vond in Colombia – hij noemt haar liefkozend Pocahontas – en dus sinds geruime tijd hier woont.

Maar het is niet alleen dankzij deze Belgische basis dat wij ook steeds terugkeren naar Colombia. Van de eerste dag dat we hier goed en wel aangekomen zijn voelen we ons hier welkom en zelfs op één of andere manier thuis.

Nochtans moeten we de eerste dag naar het ministerie van Landbouw, om de importpapieren voor Dushi in orde te laten maken. Na een bezoek aan het bureau in de stad, moeten we een taxi nemen naar de luchthaven waar de dienstdoende dierenarts zijn goedkeuring moet geven. Hij kijkt verbaasd op dat we Dushi niet bij ons hebben. Dat hebben we bewust gedaan omdat in de meeste landen de hond niet van boord mag komen zolang hij niet ingeklaard is. Of we dan een video hebben gemaakt? Ik haal mijn gsm boven waar ik honderden filmpjes heb staan. ’Neenee, heb je een filmpje van vandaag?’ Euhm, laat ik dat nu net niet hebben. Ik schuif het paspoort van Dushi onder zijn neus, waarin bewijs van alle vaccins die netjes up to date zijn, en een antistoffen test ivm rabies, die je in Colombia niet eens nodig hebt. De man beseft dat Dushi in feite in orde is met alles, en ondanks dat we niet helemaal de letter van de regeltjes hebben gevolgd, geeft hij met een grote glimlach het nodige papier met de juiste stempels.

We laten onze duikflessen schoonmaken en keuren door een erkend keuringsbedrijf. Ondanks dat we helemaal achterin de marina liggen, worden de flessen op de steiger opgehaald. En betalen we maar een fractie van wat we in België of elders in de Carieb zouden betalen.

In de marina wordt gedurende dagen een grote tent opgezet, en een podium. Helemaal verbaasd zijn we als er ook runderen aankomen, en er stallingen worden gezet! Blijkbaar is de parkeerplaats afgehuurd om er een grootse bijeenkomst van de grootste veeboeren te houden mét een veiling.  Iedereen is chique uitgedost, ook de bereden politie die er voor deze gelegenheid ook bij is.

We vragen aan Alix en Brice of zij gedurende een 10-tal dagen voor Dushi kunnen zorgen. Ze hebben zelf drie honden en een gigantisch hart voor dieren. Het zou het reizen door Colombia voor ons veel vereenvoudigen. En gelukkig kan dat! We gaan eerst twee dagen bij hen logeren, zodat Dushi weer zijn draai bij hen vindt en we met een gerust hart kunnen vertrekken.

Dit is Casa Alibri, de plek waar Dushi 10 dagen mag blijven. Zo erg is dat toch niet? Hij wordt zelfs de leider van de roedel en blaft samen met de andere honden naar de voorbij rijdende brommers 😀

Deze keer vliegen we vanuit Santa Marta via Bogota naar Neiva, Colombia heeft inzowat elke middelgrote stad een luchthaven. De tickets zijn naar onze normen goedkoop en je kan zowat elke hoek van het land snel bereiken.   Vanuit Neiva nemen we een taxi naar Villavieja. Dit is een typisch Colombiaans stadje vlakbij de Tatacoa woestijn. We logeren er als enige gasten in hotel Casa del Angel. De receptionist is vriendelijk en reserveert onze gids om ’s anderendaags met ons naar de woestijn te gaan. We worden door hem opgehaald in een Tuctuc.

We bezoeken eerst de rode en daarna de grijze woestijn. Wat een indrukwekkende landschappen. We lijken wel in een decor van een western beland!

Onze gids wil ook erg graag foto’s van ons maken

In de late namiddag doen we een boottocht op de Magdalena rivier, de grootste rivier van Colombia. Wij kennen de Magdalena als de open riool die in Baranquila uitmondt in de zee. Hier in Villavieja is dezelfde rivier echter nog brandschoon en vol leven.

’s anderendaags vertrekken we met de bus eerst terug naar Neiva, en daarna naar San Agustin. Hier in de heuvels rond de bron van dezelfde Magdalena rivier heeft men sinds  de jaren ’80 van de vorige eeuw meer dan 6000 grafbeelden ontdekt van een oude Colombiaanse cultuur waarover men het fijne nog niet weet. De kans is groot dat er zich nog véél méér beelden  onder de grond  bevinden. De beelden zijn groot, meestal symmetrisch en verwijzen naar de natuur, de seizoenen, de vrouwelijke cyclus en zwangerschap. Intrigerend!

We bezoeken één van de archeologische musea wat in een mooi park ligt. We doen een tour te paard, wat me wonderwel opnieuw weinig extra rugklachten bezorgt en toelaat ten volle van de prachtige omgeving te genieten. De laatste dag schrijven we in om een rondrit met een auto te doen.

Wilde orchideeën
Wie midden Amerika heeft bezocht kent waarschijnlijk de Panela. Dit is niet geraffineerde en dus gezondere suiker die uit rietsuiker wordt gewonnen. Het rietsuikersap wordt gekookt tot het een dikke stroop vormt.
De stroop wordt in vormen gegoten en afgekoeld.
Deze zijn klaar voor de verkoop. De heerlijke geur moet je je erbij inbeelden
Voor het eerst in tijden bij een échte kapper!

Het klimaat hier is ideaal : men noemt het hier de eeuwige lente. Overdag tot max 25 graden, ’s nachts koelt het af tot 15 graden. We slapen dan ook heerlijk in de B&B van François Van Malderen, een Fransman die hier al sinds 30 jaar woont en werkt.

We wandelen tot in het stadje en bezoeken er de markt waar de koffieboeren hun geoogste koffiebonen verkopen. François vertelt ons dat de kwaliteit van de koffie uit deze regio, beter is dan die van Eje cafetero. Het is hier alleszins véél minder toeristisch.

De koffieboon wordt gedroogd verkocht, dus nog niet gebrand
De koffieboeren met hun sombrero en een poncho over de schouder.

We reizen met de bus door de bergen naar Popayan. Onderweg wordt er aan de weg gewerkt, en staan we even in de file. Tot onze verbazing stappen er een aantal verkopers in de bus, die gecarameliseerde pindanoten en kokosnoot of koffie en water verkopen. Wat verder stappen ze weer uit.

Popayan is een studentenstad en heeft een mooi historisch centrum. Veel valt er echter niet te beleven, het regent bovendien, en we zijn dus blij dat we een dag langer in San Agustin zijn gebleven op aanraden van François. We nemen het vliegtuig via Bogota terug naar Santa Marta.

De boot gaat in Santa Marta voor enkele dagen uit het water en wordt voorzien van een nieuwe laag aangroei werende verf. Het is niet mogelijk om tijdens deze dagen aan boord te blijven en dus gaan we logeren in de b&b van Dimitri. Een prachtig koloniaal gebouw met hoge plafonds, op loopafstand van de marina zodat de werken makkelijk kunnen worden opgevolgd.

Het weekend erop kan Maeva alweer in het water. Net dan zijn er feestelijkheden in de stad met als thema ’Corazon del mundo’. Er worden belangrijke gasten verwacht: blijkbaar komt er een Europese delegatie, en komt op zondag ook de president naar hier. De verkiezingen komen eraan en van op onze ligplaats in de marina horen we flarden van bevlogen politieke toespraken.

’s avonds zijn er heel het weekend muziekoptredens : ’s vrijdags zien we optredens van enkele lokale beroemdheden die salsa en bachata nummers brengen. Op zaterdag avond staat alles in het teken van de jongerencultuur : we zien een muzikaal theater met hiphop dans op het grote podium. Op één van de pleinen zien we hoe een aantal streetart -artiesten prachtige werken spuiten, en we zijn publiek bij een  dans battle tussen twee steden, Santa Marta en Baranquila. Tof hoe ook deze jongeren hun plaats krijgen tussen andere meer traditionele markten met ambachtslieden.

We gaan een dagje varen met onze vrienden. De foto’s spreken voor zich. We amuseren ons !

We weten dat het gevaarlijk is om lang in Colombia te blijven. Het is een plek waar wel meer West-Europeanen blijven hangen. Maar ook hier geldt dat we maximaal 3 maanden mogen blijven zonder extra administratieve formaliteiten. En dus vertrekken we begin november naar Panama.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Wie wat bewaart heeft wat. Dat zeggen de Nederlanders zo.

Ik had in de diepvries nog wat plakjes bladerdeeg.

Dus legde ik op een bakpapier met wat olijfolie in een ovenschaal wat Italiaanse kruidenmix. Een grote ui (mogen er ook twee zijn) die in ringetjes is gesneden, een beetje suiker, wat geraspte parmezaan, een blikje ansjovisfilets, een straaltje balsamico azijn werden netjes geëtaleerd. Als laatste komen de plakjes bladerdeeg : het wordt een omgekeerde taart. Deze worden ingeprikt met een vork.

Na ongeveer een halfuur in de oven is het deeg krokant en is je taart klaar.

Vind je ansjovis té zout, vervang ze dan door wat blokjes feta.

Et voilà!

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

3 opeenvolgende maanden. Dat is de maximum tijd die je als Belgische toerist in Panama mag blijven. Als je langer wil blijven moet je even de grens oversteken en gaat opnieuw een periode van drie maanden van start.

Wij kwamen op 17 november aan in Panama. Tijdens onze reis hiernaartoe kregen we een bericht van onze vrienden Blowing Bubbles dat zij graag naar Bocas del Toro zouden gaan. Onze Amerikaanse vrienden Joel en Kate wonen daar en gezien het Kate’s verjaardag was tijdens dezelfde week als Thanksgiving waren er verschillende feestjes en muziekoptredens voorzien die week. En omdat we af en toe best wat lastvan FOMO (Fear of Missing Out) hebben was het snel beslist dat we zouden meegaan. En zo vertrokken we enkele dagen later alweer, naar Bocas.

De zee was vrij heftig, en bovendien regende het vrijwel de hele tijd en het was niet evident om een droog plekje te vinden tijdens het varen. De stroming tegen zorgde ervoor dat we amper vooruit kwamen. Onze vrienden van de Blowing Bubbles varen in een catamaran en deze boot is helemaal niet geschikt voor dit weertype. Toen ze bovendien merkten ze dat ze ergens water binnen kregen, maar konden niet direct vinden langs waar. En dus besloten ze rechtsomkeert te maken. Gezien we van het principe ’samen uit, samen thuis’ zijn, besloten we mee terug te varen. Tenslotte wil je je vrienden niet in de steek laten mocht dat binnenkomende water echt een probleem vormen..

Voor ’t eerst in tijden kwam onze regenuitrusting terug boven
De zee kreeg Belgische kleuren.

Onderweg terug naar Linton Bay werd al snel beslist dat we er een roadtrip van zouden maken. We zijn duidelijk niet de enigen die last hebben van FOMO 😉. Het was een gelegenheid om meer te zien van het binnenland van Panama. We reden eerst tot Panama city om daarna over de Panamericana door de bergen opnieuw aan de kust te komen. Dat deden we in twee dagen. Soms moet je er wat voor over hebben om ergens te zijn.

We werden met open armen ontvangen. We mochten zelfs als allereersten in het huis verblijven wat Kate en Joel net gekocht hadden en waarvan ze die ochtend de sleutel ontvangen hadden. Zij zelf logeerden in een huis iets verderop waar ze al een aantal maanden aan het homesitten waren.

De tropische tuin van onze vrienden

Kate en Joel zijn muzikanten, en dus maakten we kennis met hun vrienden, die meestal ook muzikanten zijn.

We mochten een aantal optredens en ook hun housewarming meemaken op Thanksgiving waarbij ze een traditioneel Amerikaans menu hadden voorzien. De traditionele kalkoen, met double cream puree en bosbessen met sinaasappel smaakten voortreffelijk. De mannen haalden al gauw muziekinstrumenten boven. De vrouwen keken naar een traditionele football wedstrijd. Een beetje zoals in België hele families naar De Ronde kijken op Pasen.

Tussen al dat feestgedruis door gingen we natuurlijk ook duiken, samen met onze andere Amerikaanse vrienden, Dave en Rhonda, die in dezelfde buurt wonen. Hoewel we telkens overdag doken leek het bij momenten een nachtduik in de Oosterschelde.  Ondanks dat slechte zicht blijft het prachtig om te doen.

Het was de bedoeling om hierna naar Cuba te varen.  Cuba was al getroffen door extreme armoede en we hadden al een aantal goederen opgeslagen om er aan de lokale bevolking uit te delen. (Bloem, rijst, suiker, aspirine…) Helaas heeft de inval van USA in Venezuela ervoor gezorgd dat er in Cuba nog minder invoer van goederen is. Zo hoorden we al snel dat er geen diesel meer te verkrijgen is op het eiland. Onder deze omstandigheden wil je niet de toerist gaan uithangen in een land en de lokale bevolking ’beroven’ van het weinige eten dat ze zelf hebben.

En dan was er nóg een jarige : Jean-Marc. We maakten er een Belgische middag van met Stoofvlees met aardappeltjes uit de oven en zelfgemaakte mayonaise. Wat een luxe om op een Amerikaans fornuis te koken.  Het leven moet niet altijd ingewikkeld zijn.

Terug op de boot (na twee dagen reizen door berg en dal) bereidden we ons stilaan voor op het eindejaar. En dan kregen we op een avond plots telefoon van Bram, een oud-collega van Bart die we inmiddels al meer dan drie jaar niet gezien hadden. Hij was voor zijn job in Panama city. Hij zag het zitten om tijdens het weekend een taxi te nemen door de bergen, en dan een taxiboot, om gedurende iets meer dan 24 uur op bezoek te komen. Super plezant om samen naar de Cayo Hollandeses in de San Blas te varen en bij te praten.

Samen met een 4 Franse paren, en Jean-Marc en Karen besloten we op Kerstdag een bbq te houden op Miriediadup. We mochten daar de ’infrastructuur’ van Prado en Christine gebruiken. Prado en Christine zijn neef en nicht en wonen op dit verder onbewoonde eilandje. Zij maken handwerk – Mola’s (een typische applicatietechniek) en kralen armbandjes – dat ze verkopen aan de passerende toeristen/cruisers. Wij mochten in hun hut op hun houtvuur ons vlees grillen. Prado frituurde graag de bakbananen die we hadden meegebracht. Het is altijd erg bijzonder om van dichtbij te ervaren hoe de Guna’s leven en hoe open deze mensen zijn.  Open om hun manier van leven te delen, maar ook hoe ze zelf omgaan met mensen die anders zijn.

’winterbbq’ bereiden in de ’keuken’ van Prado en Christina
De feesttafel.

Prado is één van de molamakers met flink wat vrouwelijke trekjes. Dit wordt gewoon geaccepteerd door de andere Guna’s. In tegendeel zelfs : in hun matriarchale samenleving wordt het als iets positiefs gezien.

Prado en Christina laten me met veel plezier zien hoe ze hun handwerken maken. Allemaal met de hand.
Ze zijn ook erg blij als iets kunnen verkopen
Moeilijk om te kiezen. De werkjes bestaan uit 4 à 5 verschillende lagen stof. Hoe kleiner de gemaakte steekjes, hoe groter de kwaliteit.

Gezien Guna’s enkel binnen hun stam mogen trouwen, zijn er best veel mensen met genetische afwijkingen, vooral het aantal mensen met albinisme valt op. Men kijkt deze mensen niet na of sluiten hen niet uit. In tegendeel : deze ’hijos de la luna’ hebben eerder aanzien en het wordt als een voorrecht gezien als je zo iemand in je gezin hebt.

Het mooiste blijven de kinderen die groot en klein allemaal samen spelen. Altijd vrolijk. Het is hartverwarmend je het eiland nadert en je ze van tussen de palmbomen ziet aan komen lopen, blij omdat je er bent. Dushi is alweer de verbindende factor hier : de mensen en kinderen spreken je aan over hem, en omdat hij elke dag minstens 2 keer moet uitgelaten worden gaan we regelmatig terug op dezelfde plek wandelen als we ergens voor anker liggen. Dat maakt dat je de lokale bevolking sneller leert kennen.

Zoals altijd vindt Dushi wel wat om te apporteren. Een stok of een cocosnoot, dat maakt hem niet uit. Hij blijft tenslotte een border collie

Oud- en nieuwjaar vieren we hier ook. Op oudejaar verzamelen een 200-tal cruisers in het restaurant van Ibin. Hij zorgt samen met verschillende familieleden en dorpsgenoten voor een gigantisch buffet. Er staat ceviche, kreeft, vis, kip, groenten en fruit op het menu. Geen sinecure als je weet hoe de mensen het hier zo goed als zonder electische voorzieningen en supermarkten in de buurt moeten doen.

Omdat ons kerstfeest bij Prado ons zo goed is bevallen, doen we dat met nieuwjaar nog eens over.

Het is alweer met een klein hartje afscheid nemen, maar we hadden beloofd om als linehandler onze vrienden door het Panamakanaal te helpen. (Zie vorige blog)

Na die doortocht hebben we  de gelegenheid om enkele uren in het oude gedeelte van Panama City door te brengen voor we met de taxi terugkeren naar onze boot in Panamarina. De oude stad is gezellig en in schril contrast met het moderne zakelijke deel van de stad.

Panama hoeden versieren de straten. Nochtans worden ze gemaakt in Ecuador. Ze kregen de naam van Panama hoed doordat President Roosevelt en de arbeiders ze droegen tijdens de bouw van het Panamakanaal. Zo zie je maar.
We lunchen in Café Coca-Cola. Een instituut. Het bestaat sinds 1875, en staat op de Unesco werelderfgoedlijst.
De ober wil niet alleen een foto van ons maken, maar gaat ook mee op de foto als ik dat vraag.

En dan is het zover. Omdat onze 3 maanden er bijna opzitten én er een gunstig weervenster aan komt maken we de boot vertrekkensklaar en zetten we dus koers naar San Andres en Providencia. Deze eilanden behoren tot Colombia maar liggen voor de kust van Nicaragua.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

De planning van de werking van het Panama kanaal is een huzarenstukje : time is money en dit kanaal moet zijn geld opbrengen.

Voor een oversteek met een catamaran als de Blowing Bubbles betaal je al snel 3800 dollars. Als je een agent gebruikt om alle formaliteiten in orde te krijgen kost dat nog eens 800 dollars.

We zouden zondagmiddag om 14:30 een advisor aan boord krijgen en dus gooiden we om 13:45 de touwen los in de marina van Shelter Bay. In de baai zien we een andere catamaran, net zoals wij gewapend met vier grote rode stootkussens. Dat is dus de boot die samen met ons door het kanaal gaat. Zij weten ons te zeggen dat de advisor pas om 16:00 zal komen.

We zien inderdaad rond die tijd een Pilotboat onze kant uitvaren.
We krijgen een briefing zodat we allemaal weten wat er te gebeuren staat. De bedoeling is dat de andere catamaran, die wat kleiner is, tegen ons zal worden bevestigd en dat we samen door de drie sluizen gaan. We gaan telkens door lange lijnen die van boven op de sluismuur naar beneden worden gegooid, in het midden van de sluis gehouden worden. We moeten een hoogte van totaal 26 meter stijgen en ook weer dalen.

Op het moment dat de 2 boten vrijwel aan elkaar bevestigd zijn roept de advisor echter plots dat we het anders gaan doen. Blijkbaar is de

bemanning van de andere boot volledig zonder ervaring en wordt dit systeem een gevaarlijke bedoening.

Er wordt voor gekozen dat wij de boot telkens tegen sluismuur manoeuvreren en dat de andere boot dan tegen ons aan komt liggen. Het komt erop neer dat zowat alle werk bij ons aan boord gebeurt. Zo midden in een manoeuvre veranderen van strategie veroorzaakt verwarring. Maar oef, alles verloopt uiteindelijk goed.

Als we uit de laatste sluis komen is het al donker en er wordt ons meegedeeld dat we vanavond nog het grootste stuk van de afstand op het kanaal gaan afleggen. Jammer eigenlijk, want in het pikkedonker zien we niet veel meer dan de heldere sterrenhemel en de verlichting op de talrijke boeien. We missen dus het uitzicht over het Gatun meer en zijn krokodillen.

Het is al over 22:00 als de advisor ons ter hoogte van Gamboa naar een grote boei begeleidt, onze plaats waar we gaan overnachten. Er wordt een touw van de boeg en een van de spiegel over de boei gelegd. Daarna gaat er ook een touw van het midden van de boot over de boei en liggen we muurvast. Het is een nieuwe techniek voor ieder van ons, maar gelukkig is het er eentje die werkt! De advisor wordt opgehaald door een pilotboat, en we gaan na een glaasje samen de nacht in.

Dag 2
We zijn allemaal vroeg wakker en wachten geduldig op de nieuwe advisor. Na het ontbijt, het loopt inmiddels tegen 9 uur, belt Jean-Marc de planningsdienst op. We horen hem zeggen :”6 uur? Maar we zijn hier al sinds gisteravond, en jullie collega zei dat we dan als eerste vanmorgen… ok, we bellen binnen een uur terug”.
Helaas horen we een uur later de bevestiging dat we pas om 16:00 uur – dat is gelukkig al 2 uur winst – een advisor aan boord gaan krijgen, dat er voordien niemand beschikbaar is.
Met lede ogen zien we een aantal cargo’s de sluis in- of uitvaren. En ook onze ”buddyboot” van daags voordien en een ander jacht varen enkele uren later de sluis in. Niet eerlijk, maar niets aan te veranderen.
We verdoen onze tijd met wat rondhangen en babbelen en alweer een lekkere maaltijd. We brengen wat laatste quality time door met onze vrienden. En gelukkig zien we iets over 16:00 een loodsboot komen aanvaren.

W

We gooien de touwen los en varen de drie laatste sluizen tegemoet. We varen door het smalste stuk van het kanaal : het deel dat uit de bergen is uitgehouwen. Deze keer moeten we geen rekening houden met een ander jacht, alleen met de gigantische cargo die samen met ons de sluis in moet. Chapeau voor de kapitein, die heeft geen meter speling tussen de sluismuur en zijn schip! Gelukkig helpt Bart een handje en doet die teken wanneer de cargo moet stoppen. (De grapjas) In de sluizen staat 6 knopen stroming, door al het water wat die cargo verzet. Dat maakt het toch weer spannend!

Vier uur later, het is intussen alweer pikdonker, gooien we het anker. Blowing Bubbles en zijn bemanning kunnen aan een heel nieuw hoofdstuk van hun reis beginnen. En wij kunnen “Het kanaal” afvinken van onze bucketlist!

1 antwoord

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Het dondert de ochtend dat we uit Curaçao willen vertrekken. We zijn inmiddels alweer sinds eind mei op het eiland, en als niet-Nederlander, Amerikaan of Canadees mag je maximum 90 kalenderdagen per jaar op het eiland blijven. Omdat het orkaanseizoen 2024 zo vroeg was begonnen met meteen een heftige orkaan, Beryl, zijn de meeste boten  dit jaar vrij vroeg naar hier gekomen. Het is dus van aan het begin lekker druk in het Spaanse Water.

De eerste maand brengen we door in een huisje, omwille van Bart’s gebroken voet. Via onze vrienden Jean-Marc en Karen van de Blowing Bubbles kunnen we een appartementje huren wat uitgeeft op het Spaanse Water. Er is zelfs een aanlegsteiger voor onze dinghy. Maeva ligt gedurende deze maand veilig aan een mooringboei van onze vrienden Ton en Dominique. De kiné woont ook langs het Spaanse Water. Daar kunnen we met het bootje naartoe!

De eigenaar van het appartement is een Belg die hier al 20 jaar woont, en dankzij zijn vriendelijke onthaal voelen we ons er snel thuis. We worden uitgenodigd voor een bbq en op mijn beurt maak ik eens Vol au vent voor het hele gezelschap, zijn ouders wonen inmiddels ook op het eiland. Sheda, de vrouw des huizes, is een aandachtige leerling als ik haar toon hoe je bearnaise maakt!

Dushi krijgt er willens nillens een vriendinnetje bij. Zolang ze niet zijn eten opeet komt alles goed

Het duurt niet lang eer Bart zich eerst met één en dan zonder kruk verplaatst. Gelukkig maar.

En zo verhuizen we eind juni terug naar de boot en beginnen ook al snel terug met duiken. Op beperkte diepte eerst, max 10 meter diep, omwille van Bart’s voet. Er is immers een mogelijkheid dat er zich bellen vormen in het nieuwe weefsel. Dat geeft niet alleen een blijvende poreusheid, het verhoogt ook de kans op decompressieziekte.

Net zoals twee seizoenen geleden wordt er een ”full moon dinghy float” georganiseerd. Het wordt een spontaan feestje als blijkt dat een van de dinghy’s een echte dj’set mee heeft gebracht, met drijvende dansvloer en laserlicht. Alleen zeilers weten hoe je dit soort feestjes kan bouwen!

Als onze vrienden voor een kleine week naar Fuikbaai varen, gaan we mee. Fuikbaai is voor ons zowat een synoniem voor bbq-en en/of kampvuren maken op het strand. Overdag brengen we heel wat tijd door onder water. Wat moet een mens meer hebben? We gaan zowel samen met onze vrienden, als onder ons tweetjes duiken. We doen nachtduiken. Mijn camera doet overuren. Ik krijg extra instructies over onderwaterfotografie en laat me de complimenten over de resultaten welgevallen.

Op 2 juli viert het eiland zijn onafhankelijkheid. Op de ’Dia del bandero’ gaan we in groep naar de stad waar we genieten van een life optreden met danseressen.  Ook op straat dragen de mensen trots kleren in de kleuren geel en blauw, de kleuren van hun vlag.

We gaan samen met onze vrienden op uitstap naar de westkant van het eiland. We zijn met vier boten en genieten van samen duiken en samen eten. Mega gezellig zo samen! We merken helaas dat langs deze kant van het eiland de koralen inmiddels ernstig ziek zijn. Als je weet dat het tot 5000 jaar kan duren tot koraal de omvang heeft zoals we ze hier twee jaar geleden leerden kennen begrijp je de ernst van de situatie. We blijven met een wrang gevoel achter.

We proberen er zoveel mogelijk van te genieten en duiken inmiddels vrijwel dagelijks, soms 2 keer per dag. Dat blijkt niet alleen een fijn tijdverdrijf te zijn, het blijkt ook de ideale revalidatie voor Bart’s voet.

Pijlinktvisjes

We krijgen de gelegenheid om samen met zes vrienden mee te gaan duiken naar het oosten van het eiland. Daar is het koraal  nog duidelijk wél in goede staat . Deze kant van het eiland is ook gekend voor de grotere vissen die er zitten.  We doen er twee duiken. Tijdens de eerste wordt Jean Marc bij het jagen op koraalduivel gestoken door een exemplaar. Het gaat mis als de rubber van de speer breekt en hij een grote klepper wil in de zookeeper steken. Hij krijgt op 5 plaatsen een giftige stekel in zijn hand. De hand zwelt en doet ontzettend veel zeer, een 9,5/10zegt hij. Hij probeert zo goed en zo kwaad mogelijk het gif uit zijn hand te zuigen. Bij gebrek aan warm water, steken we zijn hand in zo heet mogelijke koffie, zodat het gif zo veel mogelijk kan worden afgebroken door de warmte. Je moet creatief zijn als dit soort ongelukken gebeurt terwijl je op zee zit! De hand is ontzettend gezwollen, maar toch gaat Jean-Marc mee voor de tweede duik.

En dan zie ik plots twee baby haaitjes zwemmen, jonge rifhaaien. Terwijl ik de rest van de groep verwittig, zwemt één van de twee weg. Om de andere niet te storen houden we afstand. Ik maak wat foto’s en Max maakt een filmpje. Het is prachtig om zien!

Zoals gepland ben ik eind augustus voor drie weken in België. Ik breng er zoveel mogelijk tijd door met mijn kinderen, de familie en vrienden. Ik ga mee naar Nieuwpoort en logeer er op de Lasaro,  en logeer er bij Hilde en Werner, die drie jaar terug samen met ons de oceaan zijn overgestoken.

Mijn timing is perfect. Ik ben er net op het moment dat ponton F en G er samen een pontonfeest hebben. Ik ga ook op bezoek naar ons eigen oude ponton en zie er onze oude buren, praat bij, voor zoverre dat nodig is, want het blijkt dat onze blog aandachtig gevolgd wordt.

Bijpraten met de anciens
Kennismaken met een nieuwkomer in de marina
Magali en Eric komen op bezoek

Ik grijp de gelegenheid om samen met Inez een dagje mee te gaan naar Amsterdam, waar Emma moet zijn voor haar werk. Ik heb er afgesproken met Tomas van de Extress, die we zowat drie jaar geleden leerden kennen samen met Lindy, in Porto Santo, en met wie we een tijd samen zijn opgevaren. We hebben samen verschillende plezante momenten gehad. Zij zijn inmiddels al twee jaar terug in Nederland. Tomas stelt ons trots zijn zoontje Noud voor! Wat een heerlijk ventje is dat!

Amsterdam in de regen

Ik ben nog in België als mijn schoonzus Hilde overlijdt. Natuurlijk verzet ik mijn terugvlucht om samen met de familie en haar vrienden mee afscheid te nemen van haar. Het voelt onwezenlijk dat ze er niet meer is, ons Hilde De Bondt, met haar herkenbare lachje!

Dag dag Brussel!

Op vrijdag vertrekken we naar Colombia. Ook voor de derde keer! Scheepsrecht, jawel! Het plan is om hier zeker een zestal weken te blijven. Maeva heeft wat onderhoud nodig, en terwijl dat gebeurt gaan we terug het binnenland in, om een nieuw gedeelte van dat grote land te verkennen.

We gaan donderdagavond nog een laatste keer eten, samen met de eigenaars van The great Dane, Sophie en Sven afkomstig uit Kortrijk. Zij waren de voorbije weken regelmatig onze duikbuddies. En natuurlijk mogen ook Jean-Marc en Karen niet ontbreken. Zij komen op vrijdagochtend nog een kop koffie drinken terwijl er nog wat herstellingen gebeuren aan de compressor waarmee we onze duikflessen vullen. Ze helpen ons om de Dinghy aan boord te leggen en dan is het echt tijd om uit te varen.

De beloofde wind laat op zich wachten. En dus beslissen we om de nacht te ankeren in Santa Cruz in plaats van het hele eind op motor te varen. Op een mijl of twee van deze ankerplaats worden we opgeroepen door de coastguard. Ze vragen of zelfs schip mogen gebruiken om een oefening op te doen. Even later hangt de helikopter boven ons. Ondanks dat we op hun vraag het zeil hebben opgeborgen, beslissen ze om uiteindelijk toch geen man naar beneden te sturen.  Teveel risico op beschadiging zeggen ze.

Ook de tweede dag duurt het tot de late namiddag eer er wat wind staat. Maar geduld loont. Niet alleen ivm wind : we vangen een tonijntje. Net voor het donker wordt, kan ik de filetjes in de koelkast leggen. We wisselen zoals gebruikelijk de wachten af, waarbij ik de eerste wacht heb van 21:00 tot 24:00. We schieten goed op. We varen Aruba ook deze keer voorbij. We horen op de radio dat de coastguard deze keer een vrachtschip vraagt om medewerking aan een oefening. Deze keer weigert de kapitein van het schip om mee te werken.

Het blijft de hele nacht vrij warm. Deze keer geen lange broeken nodig. Tegen de ochtend aan boomt Bart het voorzeil uit. Het grootzeil krijgt een bullet thalie.  Dit levert wat extra snelheid én wat extra rust aan boord, zonder het lawaai van klapperende zeilen.

We passeren zonder extra wind de beruchte kaap Cabo de la Vela. Deze keer gaan we hem dieper op zee voorbij en dat loont.

We krijgen land in zicht, de bergen rond Santa Marta en het Tayrona park zijn prachtig groen. En dan plots keft Dushi. We hebben de vislijn uithangen zonder de ratel aan te zetten en hij geeft duidelijk te kennen dat er iets aan hangt! Straf hoe hij dat doet! Weg halen een forse Mahi Mahi binnen, goed voor een flinke drie kilo visfilet. We kunnen maar beter snel nieuwe vrienden zoeken op de steiger om hem te delen, want anders wordt het gedurende enkele dagen een eentonig menu!

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.