In 1460 (of 1469, afhankelijk van welke bron) werd in Sines Vasco Da Gama geboren, de beroemde ontdekkingsreiziger die Indië ontdekte. Sines is nog steeds een havenstad, vooral voor industriële scheepvaart maar ook met een vissersvloot en een jachthaven.

Vasco, een gewichtig man

Toen we zaterdag een plekje wilden reserveren werd ons gezegd dat ze dat niet deden : er was op dat ogenblik nog plaats in de haven en mocht dat niet het geval zijn, dan  konden we alleszins beschut ankeren net voor de haveningang.

Dat laatste bleek het geval te zijn. En dus gingen we voor anker. We mochten wel de haven gebruiken om met de Dinghy aan land te gaan, wat wel comfortabeler is, gezien we een aantal keer per dag aan land moeten met Dushi

Sines heeft een oude stadskern, rond de kerk en het fort, met enkele restaurantjes. Wel een stevige klim naar boven want de lift is blijkbaar al een tijdje buiten gebruik. (Dit is trouwens niet de eerste plek waar dit het geval is…)

Het hele centrum maakte een beetje een verlaten indruk, met verschillende winkels en huizen die leegstaan. (Een gevolg van COVID?)

Vandaag gaan we richting Lagos. Dat is naar het schijnt het tegenovergestelde en heel druk. Hopelijk kunnen we er in een rustigere baai ankeren!

Onze uitvalsbasis naar Belém en Lisboa werd Oeiras (Oiresj spreken de Portugezen het uit). Oeiras ligt helemaal aan de monding van de machtige Tejo. Die monding is zo breed dat het wel gewoon de zee lijkt.

We kozen voor deze haven omdat hij op de zeilers app Navily goede commentaren kreeg. En die klopten (zoals een zwerende vinger, zoals Bart zegt). We werden heel vriendelijk en professioneel onthaald, door de dock master – die een spitting image was van Mister T uit the A Team – en zijn assistent van dienst, een jonge kerel met het Down syndroom die prompt kusjes gaf en kreeg van/aan Dushi.

Gisterochtend en vanmorgen vonden we in de kuip een zakje met twee verse broodjes, een aangename verrassing en service van de haven. Heerlijk toch?

Gezien het nog voor de middag was toen we aankwamen besloten we om in de namiddag met de trein naar Belém te gaan, de plek waar sinds jaren de lekkerste Pasteis de nata worden gemaakt.

Het was er druk en warm maar wel ook heel mooi. Dushi was blij dat hij wat verfrissing kon zoeken in de Taag vlakbij het gigantische monument voor de zeevarenden en de bekende Torre de Belém (de toren, dat Portugees is niet eens zo heel moeilijk hoor 😏)

Den Torre
De bekende hangbrug over de Taag

’s avonds besloten we eens een vleesje te eten in één van de restaurantjes rond de haven. Dat smaakte ook wel na al de vis van de voorbije weken.

Dat was verdorie een half koebeest!
Volle maan boven de haven
Aan de oevers van de Taag

Gisteren gingen we op stadsbezoek naar Lissabon. Omdat Dushi de dag ervoor toch wel last had gehad van de drukte en de warmte besloten we om hem eens een half dagje op de boot te laten. En ook om voor het avondeten terug naar de haven te komen. Geen fado-avond deze keer voor ons dus.

Lissabon is ook weer een prachtige gezellige en gemoedelijke stad. Zo ruim en licht. Het laatste stuk van ons bezoek huurden we een step. (En dat voel ik vandaag natuurlijk extra aan mijn gewrichten) In Lissabon zijn die niet echt het ideale, met al die kasseitjes en tramsporen, maar je legt wel op een sneltempo wat afstand af op de fameuze hellingen van de stad.

Steil !?!
Achter elke hoek schuilt er wel een gezellig pleintje, of een monument
De Tejo (Taag)
Die schattige trammetjes
Smalle steegjes
Azulejos

Vanmorgen reizen we verder naar Sines, richting Algarve.

Dinsdag in de vooravond kwamen we aan in Cascais. Helaas weer eens bijna de hele reis op motor, maar wel met begeleiding van enkele dolfijnen.

Cascais is eigenlijk de sjiekere buitenwijk van Lissabon. En dat zie je aan de haven. Wij gingen net erbuiten voor anker !

Op alles zijn ze hier voorzien, zelfs op helicopters
Ook hier in de stad op alles voorzien : de evacuatie route in geval van tsunami

Dat maakt dat vanop onze ankerplek op de eerste rij zaten voor de mooie zonsondergang boven de Atlantische oceaan.

Cascais centrum zelf is mooi en gezellig. Maar wel behoorlijk druk in augustus; de vakantie maand bij uitstek voor de Portugezen.

Een souvenirtje kopen ? Moeten er nog sardientjes in blik zijn?
Bijna volle maan boven onze ankerplek

Ère wie ere toekomt! Dit is een recept van Jeroen Meus. En wat voor één! Een heerlijke zeevruchten soep die ik ook in België wel eens maakte.

Hier in Portugal waar al de zeevruchten los te koop zijn op de markt en zelfs los diepgevroren in de supermarkt gebruikte ik :

een handvol ameijoas negras, een handvol verse gamba’s, en wat pijlinktvisjes, een ui, een lepel tomatenpuree, een halve paprika, een tomaat, een chilipepertje, twee teentjes look, tweede glazen witte wijn, 2 aardappelen, zeste van citroen en een half bosje platte peterselie.

Eerst was je grondig de schelpjes, en laat ze nog even in het laatste water staan.

Pel de ui, snij in kleine stukjes, stoof in wat olijfolie, snij de paprika, de tomaat, de chilipeper, de aardappelen en een teentje look, voeg toe.

Gooi de gamba’s bij in de pot, voeg nog wat olijfolie toe. Leg ze even apart als ze half gaar zijn. Doe nu de schelpjes in de pot, bevochtig met de witte wijn, voeg de tomatenpuree en nog water toe tot de schelpen onder water staan. Laat koken tot de aardappelen gaar zijn.

En dan komt het grote geheime ingrediënt: snij de zeste van citroen fijn samen met de platte peterselie. Voeg een fijngehakt teentje look en een scheutje olijfolie toe.

Schep een lepeltje van dit mengsel in een soepbord en daarover de soep.

(ik voegde nog een groentenbouillonblokje toe)

Dit is de derde dag dat we in Nazaré liggen. Er is geen wind – ondanks de Antwerpenaar hier aan boord – en dus hebben we beslist om enkele dagen hier te blijven.

Nazaré is bij de surfers bekend omwille van zijn gigantische golven van om en bij de 30 m hoog. Deze kunnen hier voorkomen tussen oktober en maart als het stormt. Dit is omdat er hier onderzees een grote kloof ligt

Nu is er echter helemaal geen sprake van hoge golven. De diepte van de zee heeft wel als pluspunt dat er hier heel veel vis zit en Nazaré vanouds al een vissersdorp is.

De vissersvrouwen dragen hier op feestdagen en in de winter volgens de traditionele klederdracht zeven rokken. Dat hielp hen destijds warm te houden op het strand als ze op de mannen stonden te wachten als ze terug kwamen met hun vangst, waarbij ze hun rokken over hun schouders tilden, maar ook om de golven te tellen (zoals een telraam). Golven hebben namelijk een bepaald ritme, en om de zeven zit er een grote bij, die ervoor kon zorgen dat het bootje van manlief aanspoelde op het strand.

In de loop der tijden kon Nazaré uitbreiden mede door het verschuiven van de tectonische platen. Bovenop een steile rots ligt het oude deel van de stad. Deze kan je bereiken met een lift. Honden toegelaten, in een bench die ze zelf hadden voorzien.

Helaas kwam er toen we stonden aan te schuiven ineens een grote wolk mist aanzetten die natuurlijk rond de rots bleef hangen. Het leverde ‘andere’ foto’s op.

Gisteren dachten we een auto te huren maar het is een wereldwijd probleem: er is een schaarste wat huurwagens betreft. Bovendien is er in augustus traditioneel veel vraag.

Maar de vriendelijke havenmeester, Paulo, van de Clube Navale de Nazaré (CNN) had gelukkig een oplossing voor ons. Hij bracht ons in contact met Joaquin van alma nazare tours Joaquin gidst en taxi’t tegelijkertijd. Hij spreekt vloeiend Engels en weet veel te vertellen over Nazaré en de omgeving. Bovendien lette hij graag op Dushi terwijl wij binnen gingen om de kloosters te bekijken. Een top-idee!

We bezochten met hem het centrum van de oude stad, en dan twee abdijen van Alcobaça en Batalha, die allebei UNESCO Werelderfgoed zijn geclassificeerd. Met reden !

Abdij van Alcobaça
Alcobaça
Grafmonument van koning Jao
Detail van grafmonument – de kerk uitgebeeld als hond, die ondergeschikt was aan de koning
Alcobaça
Alcobaça
Batalha
Batalha
Batalha
Batalha
Batalha
In Batalha is er ook een monument voor de onbekende soldaat uit WO I. Het was net de wissel van de wacht.