Panamá
3 opeenvolgende maanden. Dat is de maximum tijd die je als Belgische toerist in Panama mag blijven. Als je langer wil blijven moet je even de grens oversteken en gaat opnieuw een periode van drie maanden van start.
Wij kwamen op 17 november aan in Panama. Tijdens onze reis hiernaartoe kregen we een bericht van onze vrienden Blowing Bubbles dat zij graag naar Bocas del Toro zouden gaan. Onze Amerikaanse vrienden Joel en Kate wonen daar en gezien het Kate’s verjaardag was tijdens dezelfde week als Thanksgiving waren er verschillende feestjes en muziekoptredens voorzien die week. En omdat we af en toe best wat lastvan FOMO (Fear of Missing Out) hebben was het snel beslist dat we zouden meegaan. En zo vertrokken we enkele dagen later alweer, naar Bocas.
De zee was vrij heftig, en bovendien regende het vrijwel de hele tijd en het was niet evident om een droog plekje te vinden tijdens het varen. De stroming tegen zorgde ervoor dat we amper vooruit kwamen. Onze vrienden van de Blowing Bubbles varen in een catamaran en deze boot is helemaal niet geschikt voor dit weertype. Toen ze bovendien merkten ze dat ze ergens water binnen kregen, maar konden niet direct vinden langs waar. En dus besloten ze rechtsomkeert te maken. Gezien we van het principe ’samen uit, samen thuis’ zijn, besloten we mee terug te varen. Tenslotte wil je je vrienden niet in de steek laten mocht dat binnenkomende water echt een probleem vormen..


Onderweg terug naar Linton Bay werd al snel beslist dat we er een roadtrip van zouden maken. We zijn duidelijk niet de enigen die last hebben van FOMO 😉. Het was een gelegenheid om meer te zien van het binnenland van Panama. We reden eerst tot Panama city om daarna over de Panamericana door de bergen opnieuw aan de kust te komen. Dat deden we in twee dagen. Soms moet je er wat voor over hebben om ergens te zijn.
We werden met open armen ontvangen. We mochten zelfs als allereersten in het huis verblijven wat Kate en Joel net gekocht hadden en waarvan ze die ochtend de sleutel ontvangen hadden. Zij zelf logeerden in een huis iets verderop waar ze al een aantal maanden aan het homesitten waren.

Kate en Joel zijn muzikanten, en dus maakten we kennis met hun vrienden, die meestal ook muzikanten zijn.
We mochten een aantal optredens en ook hun housewarming meemaken op Thanksgiving waarbij ze een traditioneel Amerikaans menu hadden voorzien. De traditionele kalkoen, met double cream puree en bosbessen met sinaasappel smaakten voortreffelijk. De mannen haalden al gauw muziekinstrumenten boven. De vrouwen keken naar een traditionele football wedstrijd. Een beetje zoals in België hele families naar De Ronde kijken op Pasen.










Tussen al dat feestgedruis door gingen we natuurlijk ook duiken, samen met onze andere Amerikaanse vrienden, Dave en Rhonda, die in dezelfde buurt wonen. Hoewel we telkens overdag doken leek het bij momenten een nachtduik in de Oosterschelde. Ondanks dat slechte zicht blijft het prachtig om te doen.



Het was de bedoeling om hierna naar Cuba te varen. Cuba was al getroffen door extreme armoede en we hadden al een aantal goederen opgeslagen om er aan de lokale bevolking uit te delen. (Bloem, rijst, suiker, aspirine…) Helaas heeft de inval van USA in Venezuela ervoor gezorgd dat er in Cuba nog minder invoer van goederen is. Zo hoorden we al snel dat er geen diesel meer te verkrijgen is op het eiland. Onder deze omstandigheden wil je niet de toerist gaan uithangen in een land en de lokale bevolking ’beroven’ van het weinige eten dat ze zelf hebben.





En dan was er nóg een jarige : Jean-Marc. We maakten er een Belgische middag van met Stoofvlees met aardappeltjes uit de oven en zelfgemaakte mayonaise. Wat een luxe om op een Amerikaans fornuis te koken. Het leven moet niet altijd ingewikkeld zijn.
Terug op de boot (na twee dagen reizen door berg en dal) bereidden we ons stilaan voor op het eindejaar. En dan kregen we op een avond plots telefoon van Bram, een oud-collega van Bart die we inmiddels al meer dan drie jaar niet gezien hadden. Hij was voor zijn job in Panama city. Hij zag het zitten om tijdens het weekend een taxi te nemen door de bergen, en dan een taxiboot, om gedurende iets meer dan 24 uur op bezoek te komen. Super plezant om samen naar de Cayo Hollandeses in de San Blas te varen en bij te praten.

Samen met een 4 Franse paren, en Jean-Marc en Karen besloten we op Kerstdag een bbq te houden op Miriediadup. We mochten daar de ’infrastructuur’ van Prado en Christine gebruiken. Prado en Christine zijn neef en nicht en wonen op dit verder onbewoonde eilandje. Zij maken handwerk – Mola’s (een typische applicatietechniek) en kralen armbandjes – dat ze verkopen aan de passerende toeristen/cruisers. Wij mochten in hun hut op hun houtvuur ons vlees grillen. Prado frituurde graag de bakbananen die we hadden meegebracht. Het is altijd erg bijzonder om van dichtbij te ervaren hoe de Guna’s leven en hoe open deze mensen zijn. Open om hun manier van leven te delen, maar ook hoe ze zelf omgaan met mensen die anders zijn.



Prado is één van de molamakers met flink wat vrouwelijke trekjes. Dit wordt gewoon geaccepteerd door de andere Guna’s. In tegendeel zelfs : in hun matriarchale samenleving wordt het als iets positiefs gezien.



Gezien Guna’s enkel binnen hun stam mogen trouwen, zijn er best veel mensen met genetische afwijkingen, vooral het aantal mensen met albinisme valt op. Men kijkt deze mensen niet na of sluiten hen niet uit. In tegendeel : deze ’hijos de la luna’ hebben eerder aanzien en het wordt als een voorrecht gezien als je zo iemand in je gezin hebt.
Het mooiste blijven de kinderen die groot en klein allemaal samen spelen. Altijd vrolijk. Het is hartverwarmend je het eiland nadert en je ze van tussen de palmbomen ziet aan komen lopen, blij omdat je er bent. Dushi is alweer de verbindende factor hier : de mensen en kinderen spreken je aan over hem, en omdat hij elke dag minstens 2 keer moet uitgelaten worden gaan we regelmatig terug op dezelfde plek wandelen als we ergens voor anker liggen. Dat maakt dat je de lokale bevolking sneller leert kennen.







Oud- en nieuwjaar vieren we hier ook. Op oudejaar verzamelen een 200-tal cruisers in het restaurant van Ibin. Hij zorgt samen met verschillende familieleden en dorpsgenoten voor een gigantisch buffet. Er staat ceviche, kreeft, vis, kip, groenten en fruit op het menu. Geen sinecure als je weet hoe de mensen het hier zo goed als zonder electische voorzieningen en supermarkten in de buurt moeten doen.
Omdat ons kerstfeest bij Prado ons zo goed is bevallen, doen we dat met nieuwjaar nog eens over.
Het is alweer met een klein hartje afscheid nemen, maar we hadden beloofd om als linehandler onze vrienden door het Panamakanaal te helpen. (Zie vorige blog)
Na die doortocht hebben we de gelegenheid om enkele uren in het oude gedeelte van Panama City door te brengen voor we met de taxi terugkeren naar onze boot in Panamarina. De oude stad is gezellig en in schril contrast met het moderne zakelijke deel van de stad.










En dan is het zover. Omdat onze 3 maanden er bijna opzitten én er een gunstig weervenster aan komt maken we de boot vertrekkensklaar en zetten we dus koers naar San Andres en Providencia. Deze eilanden behoren tot Colombia maar liggen voor de kust van Nicaragua.




Plaats een Reactie
Meepraten?Draag gerust bij!